Waterzicht 019: Als alles een crisis is, is niets meer een crisis


Deze zomer stonden de waterschappen volop in de belangstelling. Het was langdurig warm en ongekend droog in Nederland. Lokale en landelijke media wilden van ons weten hoe ernstig het zoetwatertekort was voor onze natuur en onze dijken. Ook internationale media meldden zich met die vraag: hoe groot is het probleem en hoe kunnen de gevolgen van de droogte worden beperkt?

Bij het beantwoorden van die vragen kwam één woord steeds terug: ‘crisis’. Om snel maatregelen te kunnen nemen om de gevolgen van droogte te beperken, schaalden veel waterschappen op en zetten ze hun crisisorganisatie in. Logisch, want de gevolgen van langdurige droogte zijn groot. Toch bleef bij mij aan het einde van de zomer en na het afschalen van de droogtemaatregelen de vraag hangen: ‘Was dit eigenlijk wel een crisis?’

Crisisinflatie en crisismoeheid

Inmiddels denk ik dat er sprake is van ‘crisisinflatie’. En misschien daardoor ook wel van ‘crisismoeheid’. De afgelopen jaren zijn we in allerlei crises terechtgekomen. Van wonen tot energie, van stikstof tot klimaat, van schulden tot leesvaardigheid. Daardoor verliest het begrip ‘crisis’ steeds meer zijn betekenis. En hebben we steeds grotere superlatieven nodig om ergens de aandacht op te vestigen. Als alles een crisis is, is uiteindelijk niets meer een crisis.

Neem de droogte van deze zomer. Die kwam niet uit de lucht vallen. Wetenschappers wijzen al jaren op de gevolgen van klimaatverandering. Wat we zien, is niet meer uitzonderlijk, maar een situatie die langzaam maar zeker steeds vaker én heviger onderdeel wordt van onze werkelijkheid. Voor mij is de droogte van de afgelopen periode vooral een voorproefje van de toekomst.

Van crisis naar structurele aanpak

Juist daarom ligt hier een belangrijke bestuurlijke les. We zullen ons werk om de gevolgen van droogte te beperken structureler moeten organiseren. Zomers waarin we langdurig met hitte en droogte te maken hebben, zullen steeds vaker voorkomen. Ofwel: wat niet langer uitzonderlijk is, kun je niet eindeloos als uitzondering blijven organiseren.

Dat betekent dat waterbeheerders, overheden en andere partners grote zoetwatertekorten structureel moeten gaan opvangen, als onderdeel van hun reguliere werk. Dat vraagt dat we onze organisaties zo inrichten dat we er blijvend voor gesteld staan.

Niet alle situaties vragen om opschaling

Vaak hoor je zeggen dat je beter te vroeg kunt opschalen dan te laat. Door voldoende crisiscapaciteit beschikbaar te hebben, hol je niet achter de feiten aan. Toch blijft de vraag ‘wel of niet opschalen?’ relevant bij situaties die zich vaker gaan voordoen en maandenlang kunnen aanhouden. Delfland heeft ingrijpende maatregelen genomen om een crisissituatie te voorkomen, namelijk het instabiel worden van droogtegevoelige keringen.

Ook de Rijksoverheid besloot deze zomer om niet op te schalen naar fase 3 van de crisisbeheersing. Er was een feitelijk zoetwatertekort maar geen maatschappelijke onrust. En essentiële diensten, zoals drinkwatervoorziening, kwamen niet in gevaar. Dan heeft het inderdaad geen meerwaarde om een nationale crisis uit te roepen. Sterker nog: langdurige opschaling legt capaciteit vast die we nog steeds nodig kunnen hebben voor een acute crisis.

Een crisis wacht niet

Maar: die crisisorganisatie blijft wel hard nodig. Dat zagen we deze zomer in onze eigen regio. Terwijl we volop bezig waren om de effecten van de droogte te beheersen, brak een persleiding van de gemeente Rotterdam onder een watergang van Delfland, met gevolgen voor de wateraanvoer van ons buurwaterschap Schieland en de Krimpenerwaard. Een volgende crisis wacht nu eenmaal niet totdat we klaar zijn met de vorige.

Daarom moeten we zuinig zijn op onze crisiscapaciteit. Die moet beschikbaar blijven voor acute situaties die direct om besluitvorming en coördinatie vragen. Daarvoor moeten we ook blijven oefenen, samen met onze ketenpartners. Ook op momenten waarop de agenda’s al vol zijn. Want als een echte calamiteit zich voordoet, blijkt telkens weer hoe waardevol die voorbereiding is geweest.

Weerbare samenleving

Onweerlegbare klimaatveranderingen zoals langere perioden van droogte en hevige neerslag onderstrepen het belang van weerbaarheid: minder just in time handelen en meer just in case ook als dit op de korte termijn financiële offers vraagt.

Dat vraagt iets van ons allemaal. Van overheden die de sponswerking van de bodem vergroten, ruimte maken voor noodwaterbergingen en blijven oefenen met hun crisisorganisaties. Van ondernemers die waterbuffers aanleggen voor  hun watervoorziening en verharding van oppervlak compenseren. En van inwoners die hun tuin vergroenen, een regenton plaatsen en kiezen voor beplanting die beter bestand is tegen droge zomers. De uitdaging is om een samenleving te bouwen die tegen een stootje kan. Structureel waar het kan. Opschalen waar het moet. Dus een weerbare samenleving waarin mensen oog hebben voor elkaar en beschermen wat hun dierbaar is.


Over Waterzicht

Als dijkgraaf is Piet-Hein Daverveldt hét gezicht van ons hoogheemraadschap. Met ‘Waterzicht’, een serie blogs, vertelt hij in woord en beeld over zijn werk en zijn overpeinzingen.

Meer over de dijkgraaf