Baggeren

baggeren in een watergang

Baggeren is een manier om de sloten en vaarten te onderhouden. Met het baggeren wordt er slib van de waterbodem verwijderd zodat regen sneller kan worden afgevoerd. Op deze manier werken we aan het voorkomen van wateroverlast. Baggeren doen we in principe van 1 september tot 1 april.

In ons gebied ligt 4.500 kilometer aan sloten en vaarten. In al deze watergangen 'groeit' bagger - ook wel baggerspecie genoemd - op de bodem. Dit is een laag modder of slib die ontstaat uit bodemdeeltjes,  door afgestorven waterplanten en ook van bladval van bomen. De vorming van bagger is een natuurlijk proces dat altijd door zal blijven gaan.

Voor alle watergangen binnen ons gebied is de gewenste diepte vastgesteld in de legger. Als ze minder diep zijn kan er minder water worden afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast. Om watergangen op vastgestelde diepte te houden wordt er gebaggerd. Het baggeren in het gebied van Delfland is verdeeld over acht jaren. Om te voorkomen dat één groot gebied te veel hinder ondervindt, is Delfland opgedeeld in ruim 250 baggervakken. Op de baggervakkenkaart is te zien waar er in elk jaar gebaggerd wordt.

Elk vak is ongeveer 150 hectare groot en ieder jaar worden circa 30 vakken gebaggerd. Eerst wordt dan de diepte gepeild. Waar nodig wordt er dan gebaggerd. In acht jaar tijd is dan het hele gebied onderhouden en kan de cyclus weer opnieuw beginnen.

Voor het onderhoud van watergangen zijn verschillende partijen verantwoordelijk: het Hoogheemraadschap van Delfland maar soms ook andere overheden (zoals de gemeente) of particulieren. Bekijk op de kaart van het huidige baggerseizoen wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud: Delfland, de gemeente of de eigenaren van de aangrenzende percelen. Deze onderhoudsplichtigen worden ook per brief geïnformeerd.