Vragen en antwoorden


Hieronder staan, per onderwerp, veelgestelde vragen en antwoorden.

Algemeen

Waarom zijn waterbergingen nodig?

Ze zijn belangrijk voor de waterveiligheid. Bij extreme regen kunnen de waterstanden in de boezem snel oplopen. Waterbergingen bieden tijdelijk extra ruimte om water op te vangen, zodat het systeem veilig blijft werken en boezemkeringen niet overstromen of doorbreken. Het belang van een veilig en werkend watersysteem wordt ook onderschreven in het op 23 januari 2026 door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) gepubliceerde rapport met betrekking tot extreme regen.

Waar zouden waterbergingen nuttig kunnen zijn?

  • Door de werking van ons boezemsysteem zijn waterbergingen centraal gelegen in ons gebied het meest effectief bij extreme regen.
  • We hebben in dit gebied inmiddels vier locaties onderzocht: Klaas Engelbrechtspolder, Woudse Polder, Noord‑Kethelpolder en de Blaker (in de Oude Lierpolder).
  • Voor vervolgonderzoek is de keuze gevallen op de Klaas Engelbrechtspolder en de Woudse Polder omdat deze gebieden beide binnen hetzelfde effectgebied liggen.
    • Een waterberging in de Noord-Kethelpolder is hydrologisch effectief, maar het toevoegen van extra bemalingscapaciteit aan het einde van de Schie (in Rotterdam) lijkt ook een effectieve maatregel te zijn. Daarom wordt de mogelijkheid van extra bemalingscapaciteit eerst verder onderzocht en volgt daarna een vergelijking tussen beide varianten.
    • Een waterberging bij de Blaker is technisch complex en erg duur en valt daarom af.

Hoeveel water kan zo’n waterberging opvangen?

Afhankelijk van de locatie en het ontwerp varieert dit van enkele honderdduizenden tot ruim een miljoen kubieke meter. Daarmee kunnen hevige regenbuien beter worden opgevangen. Voor de locatie in de Klaas Engelbrechtspolder hebben we gerekend met 850.000 kubieke meter en voor de locatie in de Woudse Polder hebben we gerekend met een uitbreiding van de bestaande waterberging van 500.000 kubieke meter.

Hoe zijn de vier onderzoekslocaties beoordeeld?

De locaties zijn beoordeeld op onder meer: hydrologische effectiviteit, draagvlak gemeenten, draagvlak eigenaren, koppelkansen, technische uitvoerbaarheid, kosten en snelheid van realisatie. Deze criteria zijn in zogenaamde Multi Criteria Analyse-sessies (MCA) gebruikt, waarbij de locaties onderling vergeleken zijn.

Wordt heel de Klaas Engelbrechtspolder of de Woudse Polder een waterberging?

We hebben op basis van de bevindingen van het eerste onderzoek een schetsontwerp gemaakt. Deze geeft aan waar de inlaat hydrologisch het meest effectief is. Hoe groot de waterberging wordt, weten we nog niet precies, maar deze gaat niet heel de polder beslaan. De grootte hangt van veel factoren af die we in het vervolgonderzoek gaan bekijken.

Waarom wil Delfland nu al ruimte reserveren in de Klaas Engelbrechtspolder of de Woudse Polder?

De ruimte in de regio is schaars. Door tijdig ruimte te reserveren, voorkomen we dat noodzakelijke oplossingen worden belemmerd en blijft het watersysteem toekomstbestendig richting 2085.

Wat betekent een waterberging voor grondeigenaren en omwonenden van de Klaas Engelbrechtspolder of de Woudse Polder?

Dit kan impact hebben op huidig gebruik. De mogelijke effecten gaan we verder onderzoeken. We gaan met eigenaren, bewoners en andere belanghebbenden in gesprek over gebruik van grond, compensatie en inpassing. Definitieve besluiten volgen pas na een zorgvuldig participatie‑ en besluitvormingsproces.

Hoelang duurt het voordat een waterberging er is?

De periode van onderzoek tot realisatie kan 8–15 jaar duren. Hoelang het duurt tot de waterberging af is, hangt af van uitkomsten van onderzoeken, procedures en participatie.

Beschermen waterbergingen ons volledig tegen wateroverlast?

De belangrijkste reden voor de aanleg van deze waterberging is om te voorkomen dat boezemkades doorbreken en dat hierdoor de waterveiligheid van ons gebied verslechterd. Dit betekent niet dat we alle wateroverlast problemen hiermee oplossen. Wateroverlast (bijvoorbeeld in de vorm van water op straat) is tijdens extreme neerslag niet te voorkomen. Wel kan een waterberging bijdragen aan het beperken van wateroverlast doordat er meer ruimte ontstaat in de boezem en we dus meer water kunnen afvoeren bij extreme regen. Waterbergingen zijn daarom een belangrijk onderdeel van een robuust watersysteem.

Alternatieven voor waterbergingen

Waarom kunnen we niet alleen inzetten op hogere boezemkeringen?

Het ophogen van keringen blijft onderdeel van regulier onderhoud, maar biedt onvoldoende bescherming bij extreme piekbuien. Waterbergingen zorgen juist dat piekwaterstanden in de boezem dalen, waardoor het risico dat keringen overstromen of doorbreken kleiner wordt. Beide maatregelen zijn daarom nodig om het systeem weerbaar te houden.

Hoe verhouden waterbergingen zich tot andere maatregelen als het gaat om wateroverlast?

Ze zijn een van de zes oplossingen die we hebben bepaald voor wateroverlast: vasthouden, bergen, afvoeren, accepteren, gevolgbeperking en verdelen. Denk hierbij naast waterbergingen aan infiltratie in de bodem, verbeteren gemalen, compenseren bij grote bouwprojecten. De kracht zit in de combinatie van al deze maatregelen.

Is dit niet vooral een Westlands/Haags probleem?

Nee, bij hevige neerslag kunnen in heel ons gebied problemen ontstaan. Door de hogere ligging van het Westland en Den Haag stroomt het water vrij af in de boezem. In het lagere deel pompen gemalen het overtollige water in de boezem. Waar gemalen een maximale pompcapaciteit hebben, geldt in de hogere delen van ons beheergebied dat hoe harder het regent hoe meer water er in de boezem komt. Door al dat water krijgen de keringen in de lagere delen van ons gebied te maken met te hoge waterstanden.

Er wordt via andere oplossingsrichtingen ook gewerkt aan het vasthouden van meer water in de hogere delen. Dat is echter niet voldoende om bij extreme regen de toestroom van water in de boezem te beperken. Hierdoor lopen de waterstanden in de lage delen van ons gebied, onder andere in Midden-Delfland, te hoog op. Een waterberging op een strategische plek helpt de lagere delen, onder andere Midden-Delfland, bij extreme neerslag veilig te houden tegen overstroming.

Kunnen andere maatregelen de behoefte aan waterbergingen wegnemen?

Onderzoek laat zien dat waterberging in de Klaas Engelbrechtspolder of de Woudse Polder een noodzakelijke oplossing is voor het centrale gedeelte van ons gebied (Midden- Delfland). Voor het oostelijk deel van ons gebied (Noord- Kethelpolder) onderzoeken we eerst of (tijdelijke) extra bemaling in Rotterdam effectiever is. Als dat het geval blijkt, vervalt de behoefte aan een waterberging op die plek. Voor het centrale gedeelte van ons gebied, kunnen aanvullende maatregelen helpen, maar zijn geen directe alternatieven beschikbaar.

Voor ons hele gebied – landelijk, stedelijk en glastuinbouwgebied – onderzoeken we de brede mix aan maatregelen, zoals het ophogen van keringen, het vergroten van de capaciteit van onze gemalen, het verbeteren van de doorstroming, het treffen van vasthoudmaatregelen in stedelijk en glastuinbouwgebied én de aanleg van waterbergingen.

Hoe wordt veiligheid gegarandeerd tijdens inzet van een waterberging?

Daadwerkelijke inzet wordt altijd tijdig gemeld aan de gebruikers en eigenaren van de waterberging. Hierdoor hebben zij de tijd om de waterberging te ontruimen en vee naar een veilige plaats te brengen. Dit is ook de manier waarop we ook de huidige waterbergingen inzetten.

Proces en vervolg

Wat gaat er gebeuren en wanneer?

Tot april 2026 zijn gesprekken gevoerd met gemeenten, natuurorganisaties, LTO Delflands Groen en grondeigenaren. Op 9 april is een voorstel met schetsontwerp voorgelegd aan de Verenigde Vergadering. De Verenigde Vergadering heeft besloten om zowel een waterberging in de Klaas Engelbrechtspolder als in de Woudse Polder verder uit te werken, inclusief een passend participatietraject met belanghebbenden. Op basis van deze uitwerking wordt op een later moment een keuze voor een locatie gemaakt.

Ook onderzoekt Delfland andere oplossingen; denk hierbij aan het breder maken van de boezemwatergangen, het uitbreiden van de capaciteit van de gemalen en het nemen van extra maatregelen om water langer vast te houden.

Hoe worden stakeholders zoals grondeigenaren en omwonenden betrokken?

In deze eerste fase, waarin we een locatie kiezen, is ervoor gekozen alleen te praten met andere overheden, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten (als eigenaar van de mogelijke locaties) en LTO Delflands Groen. Nu de Verenigde Vergadering op 9 april besloten heeft tot verdere uitwerking van een waterberging in de Klaas Engelbrechtspolder en de Woudse Polder, gaan we de grondeigenaren, omwonenden en andere belanghebbenden in de polder uitgebreid betrekken.

De grondeigenaren en direct omwonenden in de Klaas Engelbrechtspolder en de Woudse Polder zijn per brief geïnformeerd over het besluit dat de Verenigde Vergadering op 9 april genomen heeft. Als onderdeel van de voorbereiding van de verdere uitwerking van beide locaties, werkt Delfland aan een passend participatieproces met belanghebbenden.

Wat gebeurt er als grondeigenaren niet willen meewerken?

Delfland zet in op vrijwillige samenwerking met grondeigenaren. Omdat de aanleg van een waterberging een ingrijpende maatregel is, vindt Delfland het belangrijk om een zorgvuldig en transparant proces met eigenaren te doorlopen.

Landbouw, natuur & landschappelijke kwaliteit

Kunnen waterbergingen samengaan met andere functies?

In de volgende fase gaat Delfland verder onderzoeken hoe de waterberging gecombineerd kan worden met andere functies. Denk hierbij aan huidige functies zoals het agrarisch grondgebruik en de weidevogelgebieden, maar mogelijk ook aan kansen voor vormen van recreatief medegebruik.

Is er een risico voor de grond, graslandkwaliteit of natuur bij de inzet van een waterberging?

De meeste onderzoeken tonen aan dat risico’s voor vee, grasland en natuurwaarden van het inlaten van water vanuit de boezem beperkt zijn, omdat:

  • De waterberging af en toe ingezet wordt, naar verwachting eens in de 5 tot 10 jaar.
  • Het water maar kort blijft staan (dagen tot maximaal twee weken).
  • Er een sterke verdunning optreedt bij extreme regen.

In het vervolgproces gaan we als onderdeel van het participatieproces hierover verder in gesprek met betrokkenen.

Worden belangenverenigingen en natuurorganisaties betrokken?

Ja, een passend participatietraject is onderdeel van het vervolgonderzoek. Daarbij gaan wij ook in gesprek met natuurorganisaties en belangenverenigingen.

Hoe gaat Delfland om met de landschappelijke effecten van een waterberging?

De landschappelijke kwaliteiten van de Klaas Engelbrechtspolder en de Woudse Polder staan hoog aangeschreven. Als onderdeel van het vervolgproces gaan we daarom door middel van een landschappelijk ontwerp onderzoeken op welke manier een waterberging ingepast kan worden in het landschap. Hierbij betrekken we vanzelfsprekend ook bestaande lokale kennis.

Compensatie voor grondeigenaren

Wordt er compensatie geregeld voor grondeigenaren en andere betrokkenen wanneer hun belangen geraakt worden door de inrichting en inzet van een waterberging?

In de huidige fase kan nog geen inschatting gemaakt worden wat de impact van de aanleg en inzet van de waterberging op de eigenaren en op het huidige gebruik is. In het vervolgonderzoek zal dit onderzocht worden. Op basis van gesprekken met de omgeving en de resultaten van het vervolgonderzoek zal bepaald worden of en wat voor compensatie nodig is.