Staat van ons Water - Pijnacker-Nootdorp


Met elke gemeente in het gebied stelt Delfland een Staat van ons Water op: een gezamenlijke, gebiedsgerichte blik op de waterkwaliteit en de kansen om deze te verbeteren. In het najaar van 2025 was de Staat van het Water van de gemeente Pijnacker-Nootdorp gereed. Nu hebben we een gedeelde basis om samen te werken aan schoon, gezond en toekomstbestendig water. Zo dragen we niet alleen bij aan de doelen die de Kaderrichlijn Water (KRW) stelt aan de waterkwaliteit en de ecologie, maar ook aan een leefbare gemeente.

In de gemeente Pijnacker-Nootdorp liggen de dorpskernen Nootdorp, Delfgauw en Pijnacker. Daartussen lagen verschillende natuurgebieden, zoals het Balihjbos en het Bielandse Bos. Hier ligt ook de Dobbeplas, een zwemwater, het Krekengebied en het wandelbos Laakweg. De gemeente wordt aan de zuidoostzijde omarmd door de Groenzoom, die voor
een groot gedeelte in de gemeente Lansingerland ligt. In het zuiden van de gemeente liggen de Akkerdijksche Plassen. Ook liggen er verschillende kasgebieden in de gemeente.

In veel wateren meten we vervuilingen, bijvoorbeeld door een te hoog stikstofgehalte en/of de aanwezigheid van meststoffen. Hoge stikstofgehaltes en weinig doorzicht in het water leiden ertoe dat
de ecologie zich niet overal goed kan ontwikkelen.

Waardevolle maatregelen

Om de waterkwaliteit te verbeteren nemen we, samen met partners, verschillende maatregelen:

  • In glastuinbouwgebieden zetten we samen met de sector in op het afstemmen van middelengebruik en het waterdicht maken van kassen (de emissieloze kas). In kasgebieden zijn watergangen vaak krap, wat in combinatie met veel verhard oppervlak een kwetsbaarheid vormt bij piekbuien. Er is dan ook weinig ruimte voor ecologie. Door te werken aan extra waterberging in de watergangen, ontstaat er extra ruimte voor ecologie.
  • In de dorpskernen vergroten we de sponswerking van de bodem. We kiezen ook voor het ecologisch inrichten van de wateren. De ecologische inrichting draagt bij aan meer biodiversiteit, een groenere leefomgeving, en een groter zelfreinigend vermogen van het water. Door daarnaast dikke, belemmerende sliblagen te verwijderen, kunnen er meer en verschillende waterplanten groeien. Verder zetten we zoveel mogelijk in op goede gescheiden rioolstelsels, zonder foutaansluitingen.
  • In de weidegebieden werken we met agrariërs aan kringlooplandbouw. Dat houdt in dat agrariërs meer gebruik maken van lokale meststoffen en dat we werken aan bodemverbetering. Bufferstroken naast sloten leiden tot minder afspoeling van meststoffen naar de sloot.
  • In de natuurgebieden zijn er ook mogelijkheden om de aanvoer van water met lagere kwaliteit te verminderen door meer in te zetten op flexibel peilbeheer. Het stimuleren van divers begroeide oevers is hier mogelijk via aanleg en onderhoud.