Droogte: vragen en antwoorden
Zoeken in de index
Vanaf woensdag 26 augustus 00:00 uur mogen beroeps- en recreatievaartuigen tijdens twee schutvensters per dag gebruikmaken van de Parksluizen in Rotterdam. De actuele invaartijden staan op de pagina met de maatregelen
Het hoogheemraadschap kan het onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater opheffen. De waterpeilen in het beheergebied zijn op orde zodat de kades en dijken stabiel blijven. Vanaf 22 augustus en met 25 augustus was het al tijdelijk toegestaan om water te onttrekken. De afgelopen dagen hebben laten zien dat het watersysteem ook bij onttrekkingen stabiel blijft. Ook de weersverwachting voor de komende dagen is gunstig: er wordt neerslag verwacht, de temperaturen zijn lager en daardoor neemt de verdamping af. Dit vermindert de watervraag en de druk op het watersysteem.
Nee. De situatie blijft kwetsbaar.
De Rijn voert nog steeds weinig water aan en het tekort aan neerslag is nog groot.
De afgelopen periode heeft zich veel zoutwater opgehoopt in het watersysteem, met name bij de Parksluizen in Rotterdam. Het wegspoelen van dat zout vraagt om grote hoeveelheden zoetwater en dat is nog altijd schaars. Delfland wil voorkomen dat zout water verder ons gebied in komt.
Daarom blijft Delfland de situatie iedere dag volgen.
De verbeterde situatie in de aanvoer van zoetwater via de Rijn helpt Delfland om de verzilting van het watersysteem tegen te gaan. Daarom kunnen de Parksluizen in Rotterdam beperkt worden geopend voor beroepsvaart en recreatievaart. Onze prioriteit ligt bij de doorvaart van de beroepsvaart. De andere sluizen liggen dichter bij zee. Daar is het risico groter dat zout water het gebied binnenkomt. Om verzilting te voorkomen en voldoende zoetwater vast te houden, blijven deze sluizen voorlopig gesloten;
- de Buitensluis in Schiedam;
- de Monstersche Sluis in Maassluis;
- de Vlaardinger Driesluizen in Vlaardingen.
Voor de beroepsvaart en recreatievaart blijven de Parksluizen in Rotterdam gesloten.
Voor de recreatievaart blijven ook gesloten:
- de Buitensluis in Schiedam;
- de Monstersche Sluis in Maassluis;
- de Vlaardinger Driesluizen in Vlaardingen.
Ja. Delfland houdt de situatie voortdurend in de gaten. Als het weer of de waterbeschikbaarheid verandert, kunnen de maatregelen weer worden aangepast.
Voldoende water in sloten, grachten en vaarten blijft nodig om te voorkomen dat dijken en kades uitdrogen.
Ja, als de omstandigheden verslechteren kan Delfland opnieuw maatregelen nemen. De situatie blijft kwetsbaar.
De afgelopen periode heeft Delfland verschillende maatregelen genomen om het gebruik van zoetwater zoveel mogelijk te verminderen. Zo zijn belangrijke sluizen langs de Nieuwe Maas gesloten en is het onttrekken van oppervlaktewater verboden. Deze maatregelen waren nodig om risico’s voor dijken, natuur en het watersysteem te beperken.
Deze maatregelen hebben effect gehad. Door samen te werken met andere waterschappen en Rijkswaterstaat is er een stabiele aanvoer van zoetwater vanuit het Brielse Meer en de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA). De KWA is een aanvoerroute die in droge perioden helpt om extra zoetwater naar West-Nederland te brengen. De weersverwachtingen zijn gunstig: het wordt minder heet en er wordt regen verwacht. Hierdoor verdampt er minder water en is er meer water beschikbaar. Delfland kan het het onttrekkingsverbod opheffen en de schutbeperkingen versoepelen.
We kijken voortdurend of er, binnen de grenzen van een veilig watersysteem, ruimte is om de impact van deze maatregelen te beperken.
Dat verschilt per maatregel. Maatregelen die Delfland neemt voor het watersysteem, zoals monitoring, peilbeheer, aanvoerbeheer, waterberging of investeringen in het watersysteem, worden door Delfland betaald, uit belastinginkomsten. Grotere regionale of landelijke maatregelen kunnen deels via programma’s zoals het Deltaprogramma Zoetwater lopen, waarin Rijk, regio en waterbeheerders samenwerken.
Delfland kan niet de garantie geven dat er altijd genoeg water is. Daarom ligt er ook een verantwoordelijkheid bij gebruikers zelf om zich voor te bereiden op droge perioden, bijvoorbeeld door zuiniger watergebruik, eigen opslag, alternatieve bronnen of aanpassing van bedrijfsvoering.
Datacenters worden vaak genoemd omdat ze bekendstaan om hun water- en energieverbruik. Dat is begrijpelijk in een periode waarin inwoners wordt gevraagd zuinig met water om te gaan.
In het gebied van Delfland zijn momenteel geen datacenters die oppervlaktewater gebruiken. Datacenters die ergens anders staan, gebruiken in sommige gevallen drinkwater voor koeling. Dat heeft geen invloed op de aanvoer van zoetwater naar Delfland via het Brielse Meer of de Klimaatbestendige Wateraanvoer.
Mocht er in de toekomst een aanvraag komen om oppervlaktewater te gebruiken, dan beoordeelt Delfland die kritisch.
Delfland heeft veel water, maar zoetwater is niet onbeperkt beschikbaar. Door weinig regen, warmte en verdamping neemt de hoeveelheid bruikbaar zoetwater af. Ook kan er meer zoutwater het gebied binnenkomen. Daardoor komt de beschikbaarheid van zoetwater voor natuur, landbouw en andere belangrijke functies onder druk te staan.
Droogte zelf kan Delfland niet voorkomen. Het weer en de rivierafvoer bepalen voor een groot deel hoeveel zoetwater er is. Delfland kan wel de gevolgen beperken. Dat gebeurt door:
- waterpeilen, waterkwaliteit, dijken en zoutgehalten nauwlettend te volgen;
- zoetwater aan te voeren vanuit het Brielse Meer en via de Klimaatbestendige Wateraanvoer;
- water langer vast te houden;
- polders waar mogelijk in een droogtescenario te zetten;
- schutbeperkingen of onttrekkingsverboden in te stellen, volgens de landelijk vastgesteld rangorde bij waterschaarste, als het beschikbare zoetwater niet meer voldoende is.
Dat doen we al. Tijdens droge periodes houdt Delfland zoveel mogelijk zoetwater vast in sloten, vaarten, kanalen, polders en waterbergingen. Ook verhogen we waar mogelijk tijdelijk het waterpeil.
Maar we kunnen niet onbeperkt water opslaan. Ons gebied is dichtbebouwd en het watersysteem moet ook ruimte houden om hevige regen op te vangen.
Daarnaast valt de meeste regen in de herfst en winter, terwijl de vraag naar water juist in droge zomers het grootst is. Daarom is het niet mogelijk om al het water voor lange tijd te bewaren.
Wanneer er meer vraag naar water is dan dat er aanbod is, is er een watertekort. Dit betekent dat het beschikbare water moeten worden verdeeld, omdat er niet meer vanzelfsprekend genoeg is voor iedereen. Over die verdeling bij een watertekort zijn afspraken gemaakt in een verdringingsreeks. In deze verdringingsreeks is afgesproken welke doelen (bestemmingen voor het water) voorrang krijgen op anderen. Die vind je hier: Verdeling water bij droogte
Ja. Tijdens langdurige droogte zet Delfland de polders in een zogenoemd droogtescenario. Daarbij verhogen we de waterpeilen waar dat kan om meer water vast te houden en het watersysteem zo goed mogelijk te beschermen. Hoeveel het waterpeil wordt verhoogd, verschilt per polder. Afhankelijk van de situatie gaat het om een peilverhoging van 0 tot maximaal 5 centimeter. In stedelijke polders is een verhoging van 5 centimeter vaak mogelijk. In agrarische polders is dit vaak lager.
Tijdens droogte komt er minder zoetwater via de rivieren ons gebied binnen. Daardoor kan zoutwater vanuit zee verder landinwaarts komen. Ook komt bij het openen van de sluizen zoutwater Delfland binnen, bijvoorbeeld bij de Parksluizen.
Te zout water is ongeschikt voor landbouw, natuur en een goede waterkwaliteit. Daarom spoelt Delfland zoutwater weg met zoetwater. Dat zorgt voor extra druk op de voorraad zoetwater: er is minder beschikbaar, terwijl er juist meer nodig is om het water zoet genoeg te houden.
Het is moeilijk te voorspellen hoe lang deze situatie gaat duren. Dat hangt af van de rivierafvoeren van de Rijn en de Maas, en dus van de neerslag die in Duitsland en Zwitserland valt. Met de huidige stand van de voorspellingen kunnen wij ongeveer twee weken vooruitkijken maar niet verder. Delfland beoordeelt de situatie voortdurend en versoepelt de schutbeperkingen zodra dat kan.
Dat bepaalt Het hoogheemraadschap van Delfland in zijn bevoegdheid als waterbeheerder onder andere op basis van de landelijke verdringingsreeks. Delfland bepaalt ook of een schutbeperking ingetrokken wordt. Dat hangt van de verziltings- en weerssituatie af.
Met zoetwater bedoelen we het oppervlaktewater in sloten, vaarten, meren en rivieren. Dit is wat anders dan kraanwater. Drinkwaterbedrijven beheren het kraanwater en waterschappen het oppervlaktewater.
Op www.zwemwater.nl vind je actuele informatie over de waterkwaliteit van alle officiële zwemwaterlocaties.Delfland controleert de kwaliteit van het oppervlaktewater in de zwemplassen en geeft de bevindingen door aan de Provincie. Zij geven aan of je er veilig kunt zwemmen.
Belangrijk: het schutverbod voor de scheepvaart blijft gelden.
Van zaterdag 22 augustus 00.00 uur tot en met woensdag 26 augustus 23.59 uur mogen gebruikers uit categorie 3 en 4 tijdelijk weer water uit sloten, vaarten en andere oppervlaktewateren gebruiken. Het schutverbod voor de scheepvaart blijft gelden.