Glastuinbouwbedrijf Plantanious: 'Eigenlijk worden we een beetje onze eigen toezichthouder'
Plantanious in Kwintsheul is een van de glastuinbouwbedrijven die meededen aan de pilot Meten op Slootniveau. In deze pilot gingen tuinders actief aan de slag om knelpunten voor de waterkwaliteit op te sporen én op te lossen. Freek Janssen vertelt waarom Plantanious dit belangrijk vindt. Wij geloven in ‘Wie groen doet, groen ontmoet.’
Plantanious is een ambitieus bedrijf met een kas van 9 hectare in de Oude Broekpolder, gemeente Westland. ‘Wij leveren groene kamerplanten en bloeiende buitenplanten aan tuincentra, bouwmarkten en andere retail’, vertelt Freek. ‘In 2011 nam ik het bedrijf samen met mijn tweelingbroer over van mijn vader, die het ook weer had overgenomen van zíjn vader. Wij hebben het bedrijf zelf omgedoopt naar Plantanious. Een frisse naam die past bij onze moderne bedrijfsvoering.
Werken met de natuur
Freek vertelt dat ze bij Plantanious bijvoorbeeld helemaal geen gas meer gebruiken. ‘We verwarmen de kas volledig klimaatneutraal met geothermie en onze stroom komt van zonnepanelen. We werken dus zoveel mogelijk met de natuur. Onze gewassen beschermen we met insecten en natuurlijke middelen. Chemische middelen gebruiken we alleen nog bij calamiteiten, en dat zijn allang niet meer de zware middelen van vroeger.’
Zorgplicht is eigen verantwoordelijkheid
In de pilot Meten op Slootniveau bracht Delfland in vijf glastuinbouwpolders de waterkwaliteit per sloot in beeld. Die informatie gaf ondernemers concrete aanknopingspunten om zelf aan de slag te gaan. Doel van de pilot is om tuinders te stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor een lekvrije kas. Voor hen geldt een wettelijke zorgplicht die inhoudt dat zij niets mogen doen wat de waterkwaliteit verslechtert.
Meteen met andere tuinders om tafel
Freek vertelt dat hij meteen positief was over de pilot. ‘In de tijd van mijn vader en opa was het rondom de waterkwaliteit vaak nog duwen en trekken tussen het waterschap en tuinders. Nu is er veel meer ruimte voor samenwerking. Dat merkte ik ook bij de startbijeenkomst van de pilot, afgelopen oktober. Delfland moet toezicht houden en handhaven, maar nu kwamen ze puur om ons te informeren. Zo zagen we op een plattegrond precies welke sloten schoon waren en waar nog aandacht nodig was. Als ondernemers zijn we daarna meteen samen om tafel gegaan. Iedereen was bereid zijn bedrijf te controleren op lekkages en waar nodig maatregelen te nemen.’
Van inzicht naar actie tegen lekkages
Rondom Plantanious verwachtte Freek weinig problemen. ‘We telen op beton en hebben een gesloten systeem voor watergift. Toch was de waterkwaliteit in één sloot naast ons bedrijf onvoldoende. Dat komt mogelijk doordat het een doodlopende sloot betreft, zonder doorstroming. Omdat we alle risico’s wilden uitsluiten, dus we hebben ons bedrijf helemaal nagelopen en daarbij ook een watercoach ingeschakeld. Zo vonden we buiten een kapot muurtje rondom een verwarmingsbuis die uit de grond komt. Die hebben we hersteld. Verder hebben we in de kas langs de hele binnenwand opstaande randen geplaatst die aan de onderkant zijn afgekit. Daardoorkan water met voedingsstoffen nooit via de wand naar buiten.’
We blijven zelf monitoren
In januari, tijdens de tweede bijeenkomst bleek de waterkwaliteit in veel sloten verbeterd. Freek: ‘Het is echt jammer dat de glastuinbouw in de publieke opinie vaak nog negatief wordt neergezet. Er zit juist ontzettend veel vernieuwing en goede wil in deze sector. Het was dus ook leuk om de verbeterde waterkwaliteit samen te vieren. Deze pilot laat zien dat samenwerken werkt. Als gezamenlijke bedrijven schaffen we dan ook een meetinstrument aan waarmee we onze sloten blijven monitoren. Eigenlijk worden we daarmee een beetje onze eigen toezichthouder. Zo nemen we onze verantwoordelijkheid.’