advertorials 06 - 10
Wouter Duijvestein, eigenaar van Beyond Chrysant in Hoek van Holland, teelt zoveel mogelijk biologisch en zorgt zo voor gezonder en schoner water in de sloot.
“Sinds een paar jaar gebruiken we bijna geen bestrijdingsmiddelen meer in onze kas. We zetten nu vijftien soorten insecten in om onze planten te beschermen. Sluipwespen helpen bijvoorbeeld tegen plaaginsecten, roofmijten tegen spint en lieveheersbeestjes tegen luizen. Alleen in uiterste gevallen grijpen we nog in met correctiemiddelen.”
“Die biologische werkwijze is beter voor onze teelt én voor de waterkwaliteit rondom de kassen. Zo werken we, net als Delfland, aan gezond en schoon oppervlaktewater. Ik vind het belangrijk dat we als sector daarop inzetten. Want als tuinders het milieu vervuilen, verliezen we ons draagvlak.”
“Goede waterkwaliteit en gezonde biodiversiteit zijn niet alleen belangrijk voor het hoogheemraadschap, maar ook voor onze regio én voor ons bedrijf. We gebruiken namelijk slootwater voor onze stekjes en bloemen; in levend water zitten bacteriën en schimmels die ziekten en plagen in de kas minder kans geven.”
“Door al onze waterstromen gesloten te houden, voorkomen we emissies en lekkages van restwater en meststoffen naar de sloot. We doen ook mee aan ‘Transparante Tuinder’, een project dat een onderhoudsvrije methode ontwikkelt om de waterkwaliteit rond kassen te monitoren en lekkages vroegtijdig op te sporen. Met sensoren controleren we al of er lekkages naar de sloot zijn. Zo weten we zeker dat we schoon werken.”
Jochem Fritz, adviseur waterhuishouding bij het Hoogheemraadschap van Delfland, weet alles over waterberging Woudsepolder, waarmee Midden-Delfland wordt beschermd tegen wateroverlast.
“Bij hevige regen in ons gebied zetten we eerst onze gemalen aan. Die pompen zo veel mogelijk water weg, waardoor het waterpeil in sloten en kanalen daalt en er extra ruimte ontstaat voor regenwater. Voor de meeste buien is dat voldoende.”
“Wordt de regen extremer en blijft het waterpeil ondanks deze maatregelen stijgen, dan zetten we onze waterbergingen in. Een voorbeeld is waterberging Woudsepolder langs het Zwethkanaal. Zodra het peil daar oploopt tot ongeveer 30 centimeter onder NAP, zo’n 13 centimeter boven het normale peil, laten we water uit het boezemsysteem tijdelijk in de berging Woudsepolder lopen. Daar kunnen we 500.000 kubieke meter water bergen. Zo houden we het waterpeil in het boezemsysteem ook bij extreme regenval onder controle.”
“Maar ons systeem heeft natuurlijk grenzen. Een zogenoemde superbui, zoals die in 2021 viel in Limburg, kunnen wij niet zomaar verwerken. Daar viel in twee dagen tot wel 200 millimeter regen, terwijl wij in 48 uur maximaal ongeveer 30 tot 60 millimeter uit de polders kunnen wegmalen.”
“Na de wateroverlast van 1998 zijn we gestart met de aanleg van waterbergingen. Inmiddels is er 2,1 miljoen kubieke meter aan tijdelijke wateropslag beschikbaar in het boezemsysteem. Dat mag meer worden: het klimaat verandert en ons gebied wordt volgebouwd, waardoor extra ruimte voor water een gezamenlijke opgave is die nu keuzes vraagt.”
Paula Penninkhoff, Beleidsadviseur ruimtelijke planvorming bij het Hoogheemraadschap van Delfland, ontwikkelde een stelsel van natte ecologische zones bij Madestein in Den Haag.
“Als waterschap werken we voortdurend aan een betere waterkwaliteit in sloten en plassen. We willen voldoen aan de eisen van de KRW, een Europese richtlijn voor de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Die bepaalt dat al het water in Nederland in 2027 een goed leefgebied moet zijn voor planten en dieren die er thuishoren.”
“Een van de maatregelen om dat te bereiken, is het aanleggen van natte ecologische zones. Wij spreken liever over het ontwikkelen van gebieden die de waternatuur versterken. Bij Madestein in Den Haag legden we bijvoorbeeld een heel stelsel van natuurvriendelijke oevers aan, met inheemse waterplanten waar vissen kunnen leven en schuilen.”
“We zorgen voor flauw aflopende oevers en planten die aan, zowel langs de waterkant als onder water. Daartussen kunnen dieren zich vestigen, waaronder amfibieën en insecten. Daarna volgen de juiste vissoorten en wordt het water helder tussen de beplanting. Zo groeit het gebied stap voor stap uit tot een goed ecosysteem.”
“Het aanleggen en inrichten van zo’n zone duurt ongeveer twee jaar. Daarna heeft de natuur nog een paar maanden nodig om zich te ontwikkelen. Dan komt het gebied echt tot leven en zie je overal planten en dieren terug.”
Esmeralda Jansens, omgevingsadviseur bij het Hoogheemraadschap van Delfland, werkte samen met de gemeente Westland aan vijf maatregelen om de wateroverlast in de Oranjebuurt in De Lier te verminderen.
“Na hevige regenbuien had de Oranjebuurt in De Lier regelmatig te maken met wateroverlast. In de wijk is maar beperkt ruimte aanwezig om regenwater op te vangen, vast te houden en af te voeren.”
“Delfland en de gemeente Westland zijn daarom samen aan de slag gegaan om de Oranjebuurt beter voor te bereiden op extreme regenval. Met vijf maatregelen hebben we ervoor gezorgd dat er nu meer ruimte is om water vast te houden en dat overtollig regenwater makkelijker, beter en sneller kan worden afgevoerd.”
“Tussen 2023 en het najaar van 2025 hebben we onder de N223 een nieuwe, grote duiker geplaatst en een rioolwaterafvoerleiding dieper gelegd. Ook hebben we de sloot langs het Kralingerpad verbreed en daar een plasberm aangelegd. Daarnaast is de duiker onder de Burgerdijkseweg vervangen door een grotere variant en is de watergang ten zuiden van die weg verbreed.”
“Deze maatregelen verkleinen de kans op wateroverlast in de Oranjebuurt in De Lier, maar kunnen die niet helemaal voorkomen. Nu het klimaat verandert en hevige piekbuien vaker voorkomen, is de kans aanwezig dat er in de toekomst opnieuw overlast ontstaat.”
Peter Jol, procesregisseur planvorming bij het Hoogheemraadschap van Delfland, zorgde met de introductie van een vislift in Den Hoorn dat ons gebied weer iets toegankelijker is voor vissen.
“In het watersysteem van ons gebied hebben mensen veel barrières aangelegd. In sloten en kanalen staan gemalen, sluizen en stuwen. Die zijn noodzakelijk om het waterpeil tussen de boezem en de polders te regelen, maar onhandig voor vissen die van diep naar ondiep water willen zwemmen om te paaien.”
“Daarom past Delfland verschillende oplossingen toe om vissen onbelemmerd te laten migreren. De Smart Vislift Up bij Den Hoorn is daar een voorbeeld van. Het is geen echte lift, maar een slimme passage die werkt als een sluis: vissen zwemmen een bak in en worden met het water mee omhoog of omlaag gebracht. Zo kunnen zij veilig tussen hoger en lager gelegen water bewegen. Voorheen probeerden vissen soms door gemalen te zwemmen: dat liep door draaiende pompen helaas niet altijd goed af.”
“In het voorjaar, tijdens het paaiseizoen, worden honderden vissen per dag gebruik aangetrokken door de lokstroom van de slimme vislift. De automatische beeldherkenning in de lift zag vooral baars, brasem en blankvoorn voorbij zwemmen. Vismigratie versterkt de vispopulatie en draagt bij aan een gezond watersysteem en een goede waterkwaliteit, omdat vissen een belangrijke rol spelen in het ecologisch evenwicht onder water.”