Samenwerking Delfland met gemeenten aan water en bodem sturend krijgt positief oordeel

13 februari 2026

De samenwerking tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en gemeenten in de regio op het thema water en bodem sturend verloopt over het algemeen goed. Dat blijkt uit het onderzoek 'Samen water en bodem sturend maken' van de onafhankelijke Rekenkamer van Delfland. Delfland wordt door gemeenten gezien als een deskundige en betrouwbare partner bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij water en bodem steeds vaker een sturende rol krijgen.

Door klimaatverandering, bodemdaling en toenemende verstedelijking van de regio neemt het belang van water en bodem in de ruimtelijke ordening toe. Delfland geeft hier samen met gemeenten actief invulling aan en dit wordt ook bevestigd door het onderzoek van de Rekenkamer. In zowel strategische trajecten, zoals de Omgevingsvisie Den Haag 2050 - Den Haag, als bij concrete gebiedsontwikkelingen, zoals Waelpark in Westland, wordt Delfland vroeg betrokken. Dit draagt bij aan voorspelbare processen en het uitblijven van bestuurlijke escalaties.

Deskundig, duidelijk en samenwerkingsgericht

Gemeenten waarderen Delfland om de heldere kaders en inhoudelijke expertise, gecombineerd met een constructieve houding. Delfland vervult daarbij zowel de rol van bevoegd gezag als die van adviseur en partner. Die combinatie maakt het mogelijk om water- en bodembelangen goed te verankeren in ruimtelijke plannen.

Het dagelijks bestuur van Delfland herkent zich in de conclusies van de Rekenkamer en onderschrijft het beeld dat de samenwerking met gemeenten goed verloopt. Het bestuur benadrukt dat medewerkers handelen binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders en dat deze richtinggevend zijn in ruimtelijke processen. Tegelijkertijd werkt Delfland eraan om deze kaders beter inzichtelijk te maken voor het algemeen bestuur en de medewerkers van Delfland.

Hoogheemraad Manita Koop: “We zijn trots op onze deskundige medewerkers, die er dagelijks voor zorgen dat water- en bodembelangen een volwaardige plek krijgen in ruimtelijke ontwikkelingen. Dit onafhankelijk onderzoek bevestigt dat onze manier van samenwerking werkt.”