Algemene vragen en antwoorden over Amerikaanse rivierkreeften
Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in een pilot met natuurvriendelijke oevers goede resultaten laten zien in het terugdringen van kreeften. Delfland onderschrijft dat dit een waardevolle maatregel is. Tegelijkertijd is het belangrijk om te benoemen dat de pilot in Leiden tot nu toe een uitzonderlijke situatie betreft: het is vooralsnog de enige plek waar zulke opvallende resultaten zijn bereikt met uitsluitend de aanleg van een natuurvriendelijke oever.
Binnen het gebied van Delfland zien we dat het natuurlijk inrichten van oevers kan helpen om kreeftendichtheden te beïnvloeden, maar dat dit in onze situatie alleen effectief is in combinatie met gericht wegvangen. Dat beeld sluit aan bij de conclusies van STOWA en de Unie van Waterschappen. Natuurvriendelijke oevers zijn in het grootste deel van het beheergebied van Delfland niet toepasbaar: ze vragen ruimte, die is schaars in Nederland, zeker in een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied als Delfland.
Herstel van dijken en oevers die door de Amerikaanse rivierkreeften zijn beschadigd, valt niet onder de verantwoordelijkheid van Delfland. Volgens de Exotenverordening is dit een landelijke taak. Delfland vraagt het ministerie van LVVN om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Het grootschalig terugdringen van Amerikaanse rivierkreeften in 2027 is uitsluitend voorbehouden aan gecertificeerde bedrijven die werken volgens vastgestelde en controleerbare afspraken. Vanwege de snelle voortplanting van deze exoten is het belangrijk dat de werkzaamheden aantoonbaar volgens vastgestelde eisen worden uitgevoerd.