Geen bestrijdingsmiddel in het water

Bestrijdingsmiddelen

Elke maand nemen wij op vaste punten in het gebied monsters van het slootwater. De monsters gaan naar het laboratorium voor analyse. In dit slootwater zien we meer dan 100 soorten bestrijdingsmiddelen terug.

Bestrijdingsmiddelen worden gebruikt om gewassen vrij te houden van schimmels, ongedierte, onkruid en insecten. In de middelen zit gif. De meest voorkomende stoffen zijn:

  • Carbendazim (Topsin M);
  • Imidacloprid (Admire);
  • Pirimicarb (o.a. Pirimor).

Het is eigenlijk vreemd dat we stoffen in het water vinden. Glastuinbouwbedrijven mogen hun afvalwater immers niet in de sloot lozen. Deze stoffen zouden dus ook niet in de sloot kunnen voorkomen. Er wordt dus nog steeds op de sloot geloosd, en vaak ook.

Wat is het probleem van dit gif?

Buiten dat de stoffen niet in de sloot terecht mogen komen, bevat het slootwater veel meer van de stof dan een ondernemer in zijn bedrijf per keer mag gebruiken. Enkele van de stoffen die in het water worden geloosd zijn zelfs helemaal verboden. Dit zijn onder andere fipronil en chloorpyrifos.

Het verbieden van bestrijdingsmiddelen gebeurt op basis van het risico voor mens, dier en milieu. Chloorpyrifos bijvoorbeeld is een insecticide en wordt onder meer gebruikt voor het verdelgen van luizen. De werkzame stof is zeer slecht oplosbaar in water. Het is niet alleen dodelijk voor ongedierte, maar ook giftig voor vogels, vissen en bijen en verstoort de flora en fauna in het water.