Onderzoek naar oeverbescherming en onderwaterplanten

De oevers van het vlietland in de Zweth bij de Woudse polder breken langzaam af door de golfslag van het vaarverkeer in de Zweth. Om het land te beschermen is Delfland samen met Natuurmonumenten een onderzoek gestart naar verschillende soorten oeverbescherming. Op deze locatie onderzoeken we ook manieren van aanplanten van onderwaterplanten.

Soorten oeverbescherming

Het drukke vaarverkeer in het kanaal de Zweth zorgt ervoor dat de oevers langzaam afbrokkelen. Om het land te beschermen tegen de kracht van de golven onderzoeken we verschillende soorten oeverbescherming. Daarbij zijn de oevers over een lengte van 1 kilometer natuurvriendelijk ingericht. Want voldoende waternatuur draagt bij aan een betere waterkwaliteit en biodiversiteit.

In totaal testen we zes soorten oeverbescherming:

  • Damwand met gaten onder water
  • Damwand zonder gaten onder water
  • Combiwand (planken met takkenbossen) zonder gaten onder water
  • Combiwand (planken met takkenbossen) met gaten onder water
  • Palenrij
  • Takkenbossen
  • Referentielocatie (zonder oeverbescherming)

Met de Radboud Universiteit onderzoeken wij welke oeverbescherming het beste beschermt. We kijken bijvoorbeeld naar de waterstand, waterdynamiek (g-kracht), watertemperatuur, relatieve licht intensiteit, doorzicht, stroomsnelheid en onderwatergeluid.

Door deze gegevens te analyseren en te combineren met gegevens over duurzaamheid, kosten en de effecten op de waterplanten in de oever, krijgen wij een goed beeld welke soort oeverbescherming het beste past bij natuurvriendelijke oevers. Het onderzoek duurt 3 jaar.

Aanplanten van onderwaterplanten

Onderwaterplanten vormen een belangrijke leefomgeving voor jonge vissen en waterdiertjes. Bij de aanleg van nieuwe waternatuur zien we dat de ontwikkeling van deze planten meestal achterblijft. Dat is jammer, want onderwaterplanten horen bij waternatuur. Daarom zijn wij op deze locatie ook een onderzoek gestart naar verschillende manieren van aanplanten van onderwaterplanten.

Te veel voedingsstoffen in het water, een beperkt doorzicht, slibvorming, bagger, stroming, golfslag, vraat door vogels of kreeften en (maai)beheer kunnen invloed hebben op de ontwikkeling van onderwaterplanten. Achter de oeverbescherming onderzoeken we manieren om onderwaterplanten aan te planten en te beschermen. We doen dit direct in de bodem, met behulp van een mat waarop de planten zijn gekweekt, en met een kooi erover om vraat te voorkomen.

 Door deze variaties te combineren, komen we op 6 testvlakken:

  • Planten direct in de bodem
  • Planten direct in de bodem met bescherming (graaskorf)
  • Blanco (geen planten) met bescherming (graaskorf)
  • Referentie
  • Planten gekweekt in mat
  • Planten gekweekt in mat met bescherming (graaskorf)

Elke variant herhalen we 4 keer. In totaal hebben we dus 24 testvlakken. De kennis die we opdoen over de verschillende manieren van aanplanten van onderwaterplanten kunnen we ook inzetten op andere locaties.

Er is een selectie gemaakt van drie soorten waterplanten die al voorkomen binnen het beheergebied van Delfland en van belang zijn voor de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water. Daarbij is rekening gehouden met de voedselrijkdom en troebelheid van het water en is gekozen voor waterplanten met een verschillende tolerantie voor stroomsnelheid. Dit zijn glanzig fonteinkruid (Potamogeton lucens), doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) en smalle waterpest (Elodea nuttallii).

Glanzig fonteinkruidDoorgroeid fonteinkruid

Depot voor waterplanten

Vlakbij de onderzoekslocatie ligt een nevengeul. In deze zijtak kweken we verschillende soorten onderwaterplanten. Sommige soorten onderwaterplanten zijn lastig te verkrijgen. Ook zorgt transport van deze planten voor risico’s als uitdroging en beschadiging. Door te onderzoeken of wij zelf een depot met onderwaterplanten kunnen maken, kunnen we (deels) voorzien in onze eigen behoefte. Hiermee besparen we kosten en werken we duurzamer en circulair.

Voor het depot zijn dezelfde waterplanten gebruikt als bij de vooroevers aangevuld met aarvederkruid (Myriophyllum spicatum). Ook van deze soort wordt verwacht dat hij zich kan ontwikkelen in het voedselrijke, troebele water van de nevengeul.

Aarvederkruid (in bloei)


Depot waterplanten