Gebrek aan zuurstof

Vissen en de meeste waterdieren gaan dood als er niet genoeg zuurstof in het water is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als het veel en hard regent. Daardoor kan het riool te vol raken.

We willen niet dat dit vieze water uw straat of huis instroomt. Daarom kiezen we ervoor het teveel aan rioolwater naar de sloot te laten stromen. Dit water bevat vaak weinig of geen zuurstof. Er zitten juist wel stoffen in die zuurstof uit het water laten verdwijnen. Zuurstof die van levensbelang is voor vissen en waterplanten.

Er is meer water dat niet in de sloot hoort. Omdat het ervoor zorgt dat er te weinig zuurstof in het slootwater overblijft. Of omdat het stoffen bevat die vissen doden. Denk bijvoorbeeld aan bluswater bij een brand. Of aan afvalwater van een fabriek.

Ook olievlekken zorgen voor minder zuurstof in het water. En kunnen dus dode vissen veroorzaken. Maar er kan ook minder zuurstof in het water komen door de natuur.

Denk bijvoorbeeld aan een laag kroos op het water. Daardoor kan er geen zuurstof meer vanuit de lucht in het water komen. En krijgen de planten in het water geen zonlicht meer. Als die daardoor doodgaan komt er nog minder zuurstof in het water. Of denk aan meerdere warme dagen achter elkaar, waardoor het water opwarmt. En minder zuurstof bevat.

Kortom, vissen kunnen ook dood gaan doordat de natuur voor minder zuurstof zorgt.

Vraag: Wat is 10 + 4 ?
Je antwoord: