Mensenwerk

Een groot deel van ons gebied ligt lager dan de zee. Dat betekent dat water niet zomaar wegstroomt. Dat moet je wegpompen. Van laag naar hoger en soms nog een beetje hoger.

Vissen kunnen vaak niet omhoog zwemmen. En de pompen in de gemalen kunnen hele stukken uit vissen slaan of doden ze zelfs.

Sloten worden van tijd tot tijd gebaggerd. Dan wordt er modder van de bodem verwijderd. Zo wordt een sloot breed en diep genoeg gehouden. Dat is belangrijk om het teveel aan (regen)water af te voeren. Door het gewroet in de bodem blijft er modder door het water dwarrelen. Daardoor komt er minder zuurstof in het water. En kunnen vissen doodgaan. De modder in het water kan ook de kieuwen van vissen verstikken. Ook daar gaan ze dood van.

In sloten en langs de kanten groeien planten. Die worden regelmatig gemaaid. Daarbij kunnen afgemaaide plantenresten in het water achterblijven. Die verbruiken zuurstof. Zonder die zuurstof kunnen vissen doodgaan.

Voor baggeren en maaien worden apparaten gebruikt die vissen kunnen verwonden of zelfs doden.

Vraag: Wat is 10 + 4 ?
Je antwoord: