Veel gestelde vragen over veendijken / droogtegevoelige dijken

Met een veendijk bedoelen we een dijk waarvan de ondergrond uit veen bestaat dan wel geheel of gedeeltelijk op een veenondergrond ligt. Deze dijken worden vaak aangetroffen in gebieden met polders en droogmakerijen. Veendijken zijn in principe droogtegevoelig.

 Opmerking: De term ‘veendijk’ gebruiken we liever niet meer. Onze dijken/kades bestaan niet volledig uit veen, maar hebben hooguit veen in de ondergrond. We spreken dan ook over droogtegevoelige dijken.

Veen heeft de eigenschap bij langdurige droogte te krimpen en minder zwaar te worden. Daardoor kunnen zodanige scheuren en verzakkingen in de dijk ontstaan dat er zelfs een afschuiving of doorbraak kan optreden. Vanzelfsprekend doet Delfland er alles aan om dit te voorkomen.

We houden de dijken op hoogte door klei aan te brengen. Hierdoor zijn de dijken beter bestand tegen verzakkingen of afschuivingen. De kleiafdekking geeft tevens bescherming aan het veen tegen uitdrogen.

Er zijn zo’n 200 kilometer aan droogtegevoelige dijken waar veen in de ondergrond voorkomt.

Droogtegevoelige dijken (veendijken) zijn hoofdzakelijk te vinden in de gemeenten Midden-Delfland, Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp. Ze zijn in het laaggelegen deel van Nederland ontstaan bij inpoldering. Toen de polders werden drooggelegd, bleef langs de rand van de polder het veen over.

Delfland voert onderhoud uit en regelmatig wordt groot onderhoud gepleegd. Indien nodig worden daarnaast aanvullend spoedeisende werkzaamheden gedaan. Dit kan zijn naar aanleiding van meldingen en of inspecties. Dit geldt bijvoorbeeld voor het repareren van lekkages en kleine verzakkingen. In extreem droge perioden voert Delfland gericht controles uit bij droogtegevoelige dijken

Alle droogtegevoelige dijken worden geïnspecteerd. Die liggen vooral in de gemeenten Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland.

De meest droogtegevoelige dijken worden in eerste instantie tweewekelijks geïnspecteerd. Bij aanhoudende droogte worden ook de overige droogtegevoelige dijken geïnspecteerd en wordt de inspectiefrequentie uiteindelijk verhoogd tot wekelijks.

Bij droogte worden dijken die liggen op een veenbodem vaker geïnspecteerd. Delfland grijpt in als de dijk ontoelaatbare scheuren en verzakkingen vertoond, waarbij een reële kans is op een afschuiving van de dijk of zelfs een dijkdoorbraak. De droogtescheuren worden dan opgevuld kleikorrels en grond. Bij verzakking wordt de dijk versterkt.

Het lijkt misschien wat primitief een dijk repareren met behulp van een schep en een gieter, maar effectief is het wel. De scheuren die in de dijken worden aangetroffen zijn vaak kronkelig. Dan is het lastig ze machinaal uit te graven. Met een schep kan dit veel preciezer.

Het materieel waarmee de dijk wordt gerepareerd is afhankelijk van de bereikbaarheid van de locatie, de conditie van de dijk en de beschikbaarheid van materieel ter plaatse. Ook het nat maken van de grond en klei gebeurt daarom op verschillende manieren. Met een watertank als deze voor handen is. Als dit niet mogelijk is, wordt uit praktisch oogpunt gebruik gemaakt van een gieter met water uit de sloot of vaart.

 

Eén regenbui is niet voldoende voor droogtegevoelige dijken/veendijken om na een langdurige periode van droogte weer volledig te herstellen. 'Uitgedroogd' veen neemt bij regen namelijk nauwelijks water op, zodat het gewicht van veen maar langzaam toeneemt. Er gaat wel maanden overheen voordat het veen weer verzadigd is met water en zijn oorspronkelijke gewicht weer terug heeft. Ook verdroogde klei heeft maanden nodig om het tekort in de bodem weer aan te vullen.

Door het besproeien van de veendijk kan verdere uitdroging van het veen en scheurvorming tegengaan. Deze maatregel wordt alleen ingezet bij veendijken. Bij droogtegevoelige dijken waar het veen is afgedekt met een dikke kleilaag is het besproeien van de dijk niet effectief. Droogtegevoelige kleidijken worden daarom niet besproeid.

Ja, in 2003, 2006 en 2011 hebben we last gehad van droogte. Sinds 2006 beschikt Delfland dan ook over een droogteprotocol, waarin afspraken zijn opgenomen over de bewaking van de droogte. Het protocol is opgenomen in het calamiteitenbestrijdingsplan.

Andere dijken zijn opgebouwd uit onder meer klei en zand. Deze grondsoorten blijven ook in droge toestand hun gewicht nagenoeg behouden, zodat ze voldoende stabiel blijven om het water tegen te houden.