Veel gestelde vragen over droogte inspecties dijken

In het begin van het voorjaar worden alle droogtegevoelige dijken gecontroleerd. Zo hebben we een goed beeld wat de actuele stand van zaken is en hoe de dijken in het veld erbij liggen.

In totaal wordt zo’n 200 kilometer droogtegevoelige dijken nagelopen. Dit is ongeveer een kwart van het totaal aan dijken die Delfland in beheer heeft.

Niet alle dijken zijn even droogtegevoelig. Bij de controles wordt hierop ingespeeld. De meest droogtegevoelige dijken worden als eerste gecontroleerd. Bij aanhoudende droogte worden ook de overige droogtegevoelige dijken gecontroleerd.

Nee, deze controles zijn preventief en behoren tot de normale beheertaken van het waterschap.

Waar nodig nemen we actie en dichten we de scheuren. Hierdoor wordt voorkomen dat er verdere schade kan ontstaan. Ondanks het dichten van de scheuren blijven deze dijken droogtegevoelig en houden we ze in de gaten.

De onderhoudswerkzaamheden hebben goed gewerkt, alleen bij een nieuwe droogteperiode ontstaan vaak nieuwe scheuren op dezelfde of andere plekken in de dijk. De uitgevoerde werkzaamheden geven de dijk extra sterkte waardoor de droogtescheuren minder invloed hebben op de stabiliteit. Door de verbeteringen in de afgelopen jaren hebben we de intensiteit van de inspectie kunnen verkleinen.

Op dit moment is het nog steeds het beste om de dijken met behulp van klei te verstevigen. Het maakt de dijken zwaarder waardoor de dijken bij uitdroging minder snel afschuiven.

Tijdens de inspecties wordt gelet op verzakkingen in de dijk, scheuren, lekkage en uitstulpingen.

Via een speciale app op de mobiel van de dijkinspecteur noteert Delfland alle zwakke plekken in de dijk. De exacte locatie en een foto van de scheur wordt opgeslagen. Zo kunnen we de conditie van de dijk goed blijven monitoren.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat inspecties met vliegtuigjes/drones niet voldoende detail geven. Scheuren, lekkage, etc. kunnen niet gedetecteerd worden.

Lopend en op zicht dijken inspecteren is op dit moment de beste methode. Het is wel een arbeidsintensieve manier.

Het inspecteren en onderhouden van de dijken is een taak van het waterschap. Delfland heeft eigen inspecteurs die dijken inspecteren. Op het moment dat alle droogtegevoelige dijken geïnspecteerd moeten worden lopen we met 75-100 mensen op de dijk. We zijn blij en trots dat we bij extreme weersomstandigheden zoals storm of droogte een beroep kunnen doen op een pool van 50 vrijwillige dijkwachters. Deze dijkwachters zijn ook getraind en lopen samen met een inspecteur van Delfland op de dijk. Het inspecteren gaat altijd in tweetallen. Een persoon loopt op bovenop de dijk en de ander bij de teen, onderaan de dijk.

Het KNMI voorziet ons van data over neerslag en verdamping. Zodoende kunnen wij voor ons hele gebied bepalen hoe droog het is, wij noemen dat ‘het neerslagtekort’.

Sinds 2016 passen wij een nieuwe index toe om de mate van droogte weer te geven. Dit is de SPEI-index. De SPEI is de verhouding van het actuele neerslagtekort ten opzichte van het langjarig gemiddelde.

We starten ieder jaar op 1 april met deze droogtemetingen.

De SPEI-index is een maat voor de afwijking van het actuele neerslagtekort ten opzichte van het langjarig gemiddelde. De afkorting SPEI is een internationale term: Standardized Precipitation and Evapotransporation Index. In het Nederlands is dat gestandaardiseerde index voor de neerslag en verdamping.