Hoe werkt het?

Nabezinktanks op de AWZI

Op de afvalwaterzuiveringen (AWZI's) doorloopt het afvalwater een bepaalde route. Tijdens deze route wordt op verschillende manieren vuil uit het afvalwater gehaald.

Grof vuil harken we eruit. Fijner vuil laten we naar de bodem zakken. Nog fijner vuil verwijderen we met bacteriën. Dit gebeurt op onze zuiveringen in een aantal stappen: grofvuilverwijdering, voorbezinking, biologische reiniging en nabezinking.

Volg het afvalwater van stap tot stap.

1. Grofvuilverwijdering & voorbezinking

Na aankomst op de zuiveringen, harken we met roosters eerst het grove vuil uit het afvalwater. Dit zijn zo’n 40 vuilniszakken per zuivering per dag. Daarna volgt de voorbezinking. Hierbij stroomt het water langzaam door grote bakken of tanks. Alle zwaardere, niet-oplosbare deeltjes zakken naar de bodem. Daar vormt zich een laag slib (blubber, restmateriaal). Dit wordt eerst vergist. Het restant wordt droog gemaakt en uiteindelijk naar een verbrandingsinstallatie gebracht. Vergisten is eigenlijk het een rottingsproces waarbij bacteriën in een zuurstofloze omgeving al het natuurlijke materiaal uit het slib halen.

Hierbij ontstaat biogas. De zuiveringsinstallaties gebruiken dit biogas om elektrische energie ofwel waterschapsenergie op te wekken. 50 % van de energie die we nodig hebben op de zuivering wekken we op deze manier zelf op. We noemen onze zuiveringen daarom ook wel ‘energiefabrieken’. Het zand dat in het afvalwater zit, wordt er apart uitgehaald, afgevoerd en verbrand. De op het water drijvende oliën en vetten (het drijflaagvuil) scheppen we van het wateroppervlak. Ook deze worden afgevoerd en uiteindelijk verbrand.

2. Biologische reiniging

Hierna volgt de natuurlijke reiniging in de beluchtingstanks. In deze tanks zit actief slib. Actief slib bevat bacteriën. Deze bacteriën eten het vervuilde water zogezegd schoon. Ze zetten stoffen die zich aan zuurstof hechten om in onschadelijk koolzuur, water en nieuwe bacteriën. Voor deze omzetting is veel zuurstof nodig. Dit wordt kunstmatig toegevoegd. Vandaar de naam beluchtingstanks.

Deze zuurstofbindende stoffen in het afvalwater zijn vooral afkomstig uit onze ontlasting. Het zijn stoffen die in sloten, meren en plassen ook op een natuurlijke manier worden afgebroken. Maar daarbij verbruiken ('binden') ze veel zuurstof uit het water. Hierdoor kan het waterleven verstikken. Daarom breken we deze stoffen al zo veel mogelijk af tijdens het zuiveren.

3. Nabezinking

Na de biologische schoonmaak komt het water tot rust in de nabezinktanks. Hier zakt het actief slib met de bacteriën naar de bodem. Dat wordt teruggevoerd naar de beluchtingstanks, waar het opnieuw zijn schoonmaakwerk doet. Het teveel aan actief slib en andere onopgeloste deeltjes worden net als het slib van de voorbezinking vergist, ontwaterd en ten slotte naar een slibverbrandingsinstallatie gebracht.

Het gezuiverde afvalwater lozen we op de Noordzee (bij Den Haag), het Scheur (bij Vlaardingen) en de Nieuwe Waterweg (bij Hoek van Holland). Het Scheur is het water tussen de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas.

Stikstof- en fosfaat eruit halen

In onze ontlasting zit ook stikstof en fosfaat. Dit zijn de voedzame materialen die veel gewassen nodig hebben om te groeien. Maar overdaad schaadt. Als er te veel van deze stoffen in het water terechtkomen, leidt dit tot te veel algengroei en zuurstofloosheid. Dat kan leiden tot vissterfte. Vandaar dat we ook deze stoffen uit het afvalwater halen. De bacteriën zetten stikstof om in onschadelijk stikstofgas. Fosfaat is een kostbare en schaarse grondstof die onder andere wordt gebruikt in kunstmest. Het fosfaat halen we met het actief slib uit het water. Na de verbranding van het slib wordt het fosfaat uit het as gehaald om uiteindelijk als grondstof te kunnen aanbieden. Zo is onze zuivering ook een ‘grondstoffenfabriek’ geworden.

Vraag: Wat is 10 + 4 ?
Je antwoord: