Vrijwilligers vangen glasaaltjes voor onderzoek

Vrijwilligers vangen glasaaltjes voor onderzoek

In het voorjaar trekken kleine glasaaltjes vanuit zee naar zoet water, om in onze polders op te groeien tot volwassen paling. Als zij aankomen bij onze kust komen ze dammen, sluizen en gemalen tegen waar ze vaak niet langs kunnen. Wij pasten daarom onze gemalen zo aan, dat de aaltjes wél naar binnen kunnen. Vrijwilligers van RAVON kijken bij onze gemalen hoeveel het er zijn.

Op meerdere plekken in ons gebied staan van februari tot en met juni vrijwilligers van RAVON twee keer per week met hun kruisnetten glasaaltjes te vangen en te tellen. Dit doen ze net even na zonsondergang, want dan worden de glasaaltjes actief en willen ze naar binnen.

Paling is een trekvis en legt in zijn leven duizenden kilometers af. De jonge paling begint zijn leven in de Sargassozee. Daar worden ze als larve geboren. Ze drijven met de stroming mee richting de Noordzee waar ze veranderen in glasaal. De glasaaltjes zoeken zoet water op om uit te groeien tot volwassen paling. Als ze groot genoeg zijn (10 tot 15 jaar) willen ze weer terug naar de plek waar ze geboren zijn om daar hun eitjes af te zetten. Dan is de cirkel weer rond.

Verbeterde passage gemaal Schoute

Om de paling op weg te helpen, heeft Delfland in 2011 een vispassage aangelegd bij gemaal Schoute op Scheveningen. Hoogheemraad Marcel Belt: “Gemalen zijn heel belangrijk voor het drooghouden van onze voeten. Dus die heb je gewoon nodig. Maar zij vormden voorheen ook een barrière voor deze bedreigde soort. Daarom hebben wij de eindgemalen aan de randen van ons gebied zo aangepast dat de glasaal in het voorjaar naar binnen kan en de volwassen paling in het najaar naar buiten. Ook de driedoornige stekelbaars profiteert daarvan. Dat is goed voor de waterkwaliteit en de biodiversiteit in ons gebied.”

Op Scheveningen hebben wij recent verbeteringen aangebracht om het de glasaaltjes makkelijker te maken om binnen te komen. We hebben een extra lokstroom van zoet water die de glasaaltjes helemaal naar binnen lokt. De aaltjes komen in een opvangbak terecht die op gezette tijden open en dicht gaat. Hiermee kunnen we gecontroleerd de glasaaltjes ons gebied binnenlaten en voorkomen we dat er samen met de aal teveel zout water het gebied instroomt. Daarnaast staat de keerschuif bij de Scheveningse jachthaven vaker open, zodat de glasaaltjes daar al voorbij kunnen.

De aanpassingen zitten nu nog in een testfase. Volgend jaar weten wij of ze het gewenste resultaat hebben.

 

Vrijwilligers Ravon vangen glasaaltjes

 

Glasaaltjes tellen

Vraag: Wat is 4 + 4 ?
Je antwoord:
Vraag: Wat is 4 + 4 ?
Je antwoord: