Brielse Meerleiding

Brielse MeerleidingIn een droge zomer is er in het gebied van Delfland snel kans op een tekort aan water. Daarom heeft Delfland in 1988 de Brielse Meerleiding aangelegd. Dit is een leiding van ruim vier kilometer lang, die vanuit het Brielse Meer (op het Zuid-Hollandse eiland Voorne Putten) zoet water van goede kwaliteit via een ondergrondse buis naar het gemaal Westland in Hoek van Holland brengt. De leiding kan vierduizend liter water per seconde het gebied in brengen. Vanuit Hoek van Holland wordt het water via de verschillende vaarten en sloten verdeeld over Delfland.

Voordat de Brielse Meerleiding was aangelegd, verkreeg Delfland zijn zoete water alleen via het speciaal hiervoor gebouwde gemaal Mr. Dr. Th. F.J.A. Dolk in Leidschendam. Dit boezemgemaal, dat in 1953 werd gebouwd, voert zoet water aan vanuit het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat aan de noordkant van Delfland ligt. Dit water komt uit de Hollandsche IJssel.

Aangezien de capaciteit van het gemaal Dolk beperkt was, werd al in de jaren vijftig over meer mogelijkheden nagedacht om zoet water aan te voeren. Zo werd er een ambtelijke commissie geformeerd onder de naam 'Werkcomité watervoorziening Midden-West-Nederland'. Deze commissie onderzocht de zoetwaterbehoefte in dit gebied.

In 1967 stelde het Werkcomité voor om een kanaal Maarssen-Bodegraven te graven en daarmee water van het Amsterdam-Rijnkanaal naar de Gouwe te voeren. Een onderdeel van het voorstel was om ook een tweede kanaal (Waddinxveen-Voorburg) te graven, waardoor het watertransport tussen de Gouwe en Delfland werd verbeterd. De maximale aanvoercapaciteit van het kanaal zou 17,4 kubieke meter per seconde worden. Hiermee zou de waterhoeveelheid van Delfland worden veiliggesteld.

Al snel bleek dat de verzilting in Delfland veel minder was dan tot nu toe werd aangenomen. Het water in Delflands sloten en vaarten bevatte dus minder zout dan het werkcomité had berekend. In een jaarverslag van Delfland uit 1974 staat zelfs dat Delfland veel minder behoefte heeft aan zoet water. Een van de redenen hiervan was de aanleg van een koelwaterleiding voor de afvoer van zout koelwater van de Koninklijke Gist- en Spiritusfabriek in Delft. De aanleg van het nieuwe kanaal kwam hierdoor op losse schroeven te staan.

Het Brielse MeerHet werkcomité bekeek de voor- en nadelen van het nieuwe kanaal en mogelijke alternatieven. Ook berekende het de bijbehorende kosten. De meest gunstige oplossing bleek de aanleg van een persleiding en de bouw van een gemaal (het huidige boezemgemaal Westland) voor watertoevoer vanuit het Brielse Meer op het Zuid-Hollandse eiland Voorne Putten, naar het Oranjekanaal in Maasdijk. (Het Brielse Meer wordt gevoed door het Haringvliet en de rivier de Bernisse).

Op 17 december 1981 stemde de verenigde vergadering van Delfland in met het voorstel om af te zien van de aanleg van het kanaal Waddinxveen-Voorburg. Delfland gaf de voorkeur aan water uit het Haringvliet. Daarna kon worden begonnen met de bouw van deze Brielse Meerleiding. Aan de kant van het meer staat het gemaal Winsemius. De buis is in totaal 4,2 kilometer lang en eindigt bij het boezemgemaal Westland. De leiding kruist drie grote waterwegen: het Hartelkanaal, het Calandkanaal en de Nieuwe Waterweg. Op 20 juni 1988 werd de Brielse Meerleiding officieel in gebruik genomen.

wat doet delfland
WAT DOET DELFLAND