Romeinse bewoning en landschap

Vooronderzoek

De archeologische vooronderzoeken van het AHR-project hebben bijna drie jaar geduurd, om elk toeval op onbedachte vindplaatsen uit te sluiten. Tijdens de vooronderzoeken is informatie vergaard uit oude kaarten en eerdere vondstmeldingen voor het ruim 20 hectare grote AWZI-terrein en het meer dan 25 kilometer lange leidingentracé. Daarnaast is uitgezocht in welke gebieden mensen kunnen hebben geleefd met hun toenmalige levenswijze en inzicht. Hiervoor waren gegevens nodig uit grondboringen en kleine proefopgravingen. Deze periode van vooronderzoeken maakte duidelijk dat vindplaatsen op het AWZI-terrein en in de leidingen tot nieuwe inzichten zouden leiden over de lokale, regionale en nationale bewoningsgeschiedenis.

Onderzoeksvragen

Voorafgaand aan de opgravingen zijn specifieke vragen geformuleerd om doelbewust informatie te vergaren waarmee ons inzicht over het leven in het verleden kan worden vergroot. Uit eerder uitgevoerde archeologisch onderzoek is een beeld verkregen van de bewoning en het landgebruik in de Romeinse tijd in Zuid-Holland. Een groot project als het AHR-project bood de mogelijkheid voor een vergelijking tussen de nederzettingen en de inrichting van het landschap in het klei- en veengebied in het oosten en de zandige duinzone in het westen. Op welke wijze woonde en leefde men, hoe werd het land ingericht en hoe ging men om met water, welke dieren werden er gehouden, welke gewassen groeiden er op de akkers, was er een verschil in rijkdom en de mogelijkheid tot het aanschaffen van (luxe) goederen? Allemaal vragen om meer inzicht te krijgen in de leefwijze van de mensen in de Romeinse tijd.

Archeologisch onderzoek in het leidingtracé bij de Loevesteinlaan in Den Haag.Opgravingen

Gedurende zes weken in het voorjaar en tien weken in de zomer van 2003 is in de Harnaschpolder een tweetal grote opgravingen uitgevoerd. Hierbij zijn twee nederzettingen en een wijdverbreid stelsel van sloten en greppels over een oppervlakte van meer dan zes hectare onderzocht. De aandacht beperkt zich namelijk niet alleen tot de nederzettingen, het is één van de doelstellingen juist oog te hebben hoe de ruimte tussen de nederzettingen is vormgegeven.

In februari van 2004 vond in Den Haag in het leidingtracé ook een opgraving plaats. In de middenberm van de Loevesteinlaan, ter hoogte van het Zuiderpark, was bij het vooronderzoek een nieuwe, tot dan onbekende vindplaats aangetroffen. Over een lengte van ruim vijftig meter werd een strook voor een deel afgegraven en kwamen de sporen van sloten, greppels en kuilen te voorschijn.

Naast de opgravingen worden delen van het AWZI-terrein en het leidingentracé tijdens het uitgraven van de bouwputten archeologisch begeleid. Dit betekent dat de archeologen bij de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de gelegenheid hebben om eventuele, nog niet ontdekte archeologische vindplaatsen alsnog te onderzoeken. Dit werk zal doorgaan totdat alle graafwerkzaamheden medio 2005 zijn afgerond.

Huisplattegronden

In het zuidoosten van de polder zijn op een oppervlakte van ongeveer 50 bij 70 meter de sporen van drie huizen ontdekt, allen daterend uit de periode 50 tot 300 na Christus. Van deze huizen resteerden alleen nog de verkleuringen in de grond op de plaatsen waar ooit de wanden en de staanders voor het dragen van het dak hebben gestaan. De huizen zijn gebouwd van natuurlijk materiaal; de wanden van vlechtwerk van takken, afgesmeerd met klei, de dakdragende constructie van houten stammen en het dak van riet of stro. Er zijn wel fragmenten van dakpannen gevonden, maar het aantal was zo laag dat ze waarschijnlijk ergens anders voor zijn gebruikt.

Het grootste huis heeft een omvang van circa 23 bij 11 meter, de andere twee zijn kleiner met afmetingen van ongeveer 23 bij 7,50 meter en 15 bij 7,50 meter. Geen van de drie huizen is volledig bewaard gebleven omdat er in de latere perioden (Middeleeuwen tot halverwege 20ste eeuw) diverse sloten, paden en kassen overheen hebben gestaan.

Naast deze huizen lagen diverse kuilen, waterputten en het geheel is omringd door erfgreppels en -sloten. In deze kuilen, putten, greppels en sloten is veel huishoudelijk afval gevonden, zoals scherven van aardewerken potten, dierlijk bot, stukken steen en metalen voorwerpen.

Het wijnvat wordt uitgegraven.Waterput

Een opmerkelijke vondst vlak naast een van de huizen is een grote waterput. Op zich zijn waterputten geen unicum voor de Romeinse tijd, maar deze is bijzonder aangezien er gebruik is gemaakt van een oud wijnvat. Het wijnvat bestaat uit 26 duigen van zilverspar, is ongeveer 1,85 meter hoog en heeft een diameter van ruim één meter. Op zowel de binnen- als de buitenwand van de duigen staan diverse lettertekens vermeld, die mogelijk kunnen verwijzen naar de voormalige inhoud of eigenaar.

Nadat het wijnvat niet meer voor de wijn werd gebruikt, is het uiteindelijk in deze nederzetting terecht gekomen. Het wijnvat is bijna drie meter diep ingegraven. Langs en bovenop het vat is een constructie gebouwd van stammen die als bescherming diende tegen het inzakken of instorten. Het wijnvat wordt nu geconserveerd om later aan het publiek te tonen.

Aardewerk

Scherven van aardewerken potten zijn de meest voorkomende vondsten. Vele duizenden fragmenten zijn er gevonden en geven een indruk van het ruime assortiment aan potten, schalen, borden en kommen die er in de nederzettingen gebruikt zijn. Uit de grote hoeveelheid scherven blijkt dat meer dan 50% van het aardewerk van lokale makelij is. Het is aardewerk dat in het westen van Nederland is gemaakt. De rest is zogenaamd 'gedraaid' aardewerk, hetgeen betekent dat die door pottenbakkers met behulp van een draaischijf zijn gemaakt. Met name van dit 'gedraaide aardewerk' is het vaak goed te bepalen in welke streek of plaats het is vervaardigd. Er komt bijvoorbeeld aardewerk voor dat gemaakt is in Midden- en Zuid-Gallië (het huidige Midden- en Zuid-Frankrijk), in de omgeving van Keulen en Trier en ook uit diverse plaatsen in België. Hierdoor worden de soms zeer lange lijnen van verhandelen van goederen zichtbaar.

Versierde Terra Sigillata met een afbeelding van een dier.Een opvallende categorie in het Romeinse aardewerk is het Terra Sigillata. Dit bruinrode aardewerk heeft een vrij dunne wand en is soms rijkelijk voorzien van allerlei afbeeldingen. Omdat het aardewerk gemaakt werd in een mal, kon de schaal of kom vele malen worden gereproduceerd en bleef de afbeelding duidelijk. Soms zette de maker zelfs zijn naam met een stempel op het aardewerk. Dit aardewerk werd als luxe serviesgoed gezien (het porselein uit de Romeinse tijd) en daarmee kon men zich dan ook mee onderscheiden van de rest.

Munten en sieraden

Zowel bij het onderzoek in de Harnaschpolder als ook bij de opgraving in de leiding in de Loevesteinlaan zijn voorwerpen van metaal gevonden. Vaak betreffen het munten en sieraden, soms ook gereedschappen.

Bij de opgraving in de Haagse leiding is een Romeinse 'as' gevonden, een bronzen munt die destijds vrij algemeen als kleingeld werd gebruikt. Ondanks de slechte staat waarin de munt zich verkeerd, kon de beeltenis van de keizer Vespasianus (hij leefde van 69 tot 79 na Christus) worden herkend. De letter S en C op de andere zijde geven aan dat de munt waarschijnlijk in opdracht van de senaat geslagen is.

Een ander object uit deze opgraving is een fibula. Dit is een kledingspeld die veel werd gedragen, aangezien knopen destijds onbekend waren. Het is vergelijkbaar met een veiligheidsspeld zoals wij die tegenwoordig kennen.

Verkaveling

De indeling van het landschap tussen de nederzettingen is een van de belangrijke opgaven voor het archeologisch onderzoek in het AHR-project. Het grootschalige onderzoek in de Harnaschpolder alsmede de waarnemingen in het uitgestrekte leidingennetwerk bieden een uitgelezen kans de inrichting van het landschap in de Romeinse tijd te bestuderen. Daar waar in de polder de ruimte tussen twee nederzettingen het studieobject is, worden in de leidingen ook de locaties aangesneden waar voormalige Romeinse wegen en kanalen hebben gelegen en waar de overgang van het klei-veengebied naar de duinen kan worden bestudeerd.

In de Harnaschpolder vertoont het Romeinse landschap duidelijk de weloverwogen inrichting waarmee mensen hun omgeving hebben vormgegeven. Tussen de nederzettingen ligt een afstand van ongeveer 400 meter. Twee sloten vormen de hoofdassen waarlangs het tussengelegen gebied is ingericht en opgedeeld. Beide sloten kruisen de ruimte tussen de twee nederzettingen en zijn over een lengte van 700 meter te vervolgen. De percelen zijn smalle lange kavels, van elkaar gescheiden door op regelmatige afstand van elkaar uitgegraven greppels. De dichtheid van de greppels neemt toe in de nabijheid van de nederzettingen.

In het tracé van de leidingen zijn ook al op een paar locaties dergelijke greppels aangetroffen. Het meest duidelijk zijn die uit de opgraving op de Loevensteinlaan. Naast de kuilen zijn er diverse greppels die doen vermoeden dat de nederzetting in de directe omgeving heeft gelegen.

Dierlijke begravingen

In de noordelijke punt van de Harnaschpolder is een tweede nederzetting aangetroffen. De resten van huizen liggen buiten het bereik van de opgraving, vermoedelijk onder de aangrenzende snelweg A4 of het water De Dulder. Wel kwamen er diverse (afval)kuilen tevoorschijn met zeer veel dierlijke botten. In deze kuilen waren zowel complete dieren als ook slechts onderdelen van dieren begraven. Veel van de botten vertonen hak- en snijsporen, hetgeen er op duidt dat de dieren vermoedelijk zijn gedood en in stukken gesneden. Bij het onderzoek van de bijna 4000 botfragmenten is gebleken dat ze voornamelijk van zoogdieren zijn: runderen, schapen/geiten, varkens en paarden. Er zijn slechts een paar botten van vogels aangetroffen. Dit is een groot contrast met de botten van de nederzetting uit de steentijd die ook in de Harnaschpolder is opgegraven. Waar in de steentijd nog veel wordt gejaagd om aan vlees te komen is dit in de Romeinse tijd zo goed als verdwenen. De mensen fokken en houden nu zelf dieren voor de vlees- en melkconsumptie, maar ook voor trekkracht, mest en als rijdier.


wat doet delfland
WAT DOET DELFLAND