Gemeente zorgen dat het riool in stedelijke gebieden afvalwater - en meestal ook regenwater afvoert. Verbetering van de riolering is nodig om bij stortbuien wateroverlast te voorkomen en de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren.
In het beheersgebied van Delfland zijn zo'n zeshonderd riooloverstorten. In normale situaties wordt ons afvalwater en regenwater via de riolering afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Bij hevige regenval kan het gebeuren dat de riolering het regenwater niet meer kan verwerken. Dan treden de riooloverstorten in werking om er voor te zorgen, dat het water niet via de straat, putjes en toiletten in huizen of bedrijven komt te staan.
Door overstorten komt vervuild afvalwater in het oppervlaktewater terecht. Dat kan tot problemen met de waterkwaliteit leiden.
De basisinspanning riolering is bedoeld om de uitstoot van vervuiling vanuit gemengde rioolstelsels naar het oppervlaktewater te verminderen. De gemeenten hebben maatregelen genomen om de negatieve gevolgen van riooloverstorten te beperken. Sommige gemeenten zijn daar nog mee bezig.
Het minimumpakket aan maatregelen heet de basisinspanning. Mocht met de basisinspanning de gewenste waterkwaliteit niet worden gehaald, dan zijn extra maatregelen nodig zijn. Dit wordt het waterkwaliteitsspoor genoemd. In veel gevallen worden er ondergrondse kelders aangelegd voor de opslag van rioolwater (bergbezinkbassins). Daarnaast wordt er vaak regenwater afgekoppeld van het vuilwaterriool.
Informatie over de basisinspanning en waterkwaliteitsspoor voor professionals van gemeenten:
Riolering bevindt zich onder de grond en riooloverstorten zijn vaak in de oever van sloten en singels voor het oog weggewerkt. Daarom is er weinig inzicht in de hoeveelheid rioolwater die er wordt geloosd. Momenteel wordt vooral uitgegaan van computermodellen waar de rioolstelsels en riooloverstorten zijn nagebouwd en regenbuien worden gesimuleerd. Dit is echter niet voldoende om een goed inzicht te krijgen in de werking van rioolstelsels en riooloverstorten. Daarom voeren gemeenten ook metingen uit aan het rioolstelsel en riooloverstoren.
Door te meten krijgen we beter inzicht bij welke buien riooloverstorten gaan werken en een indicatie van de hoeveelheid die geloosd wordt. Op deze manier kunnen fouten in het systeem worden opgespoord en kunnen de computermodellen worden geëikt. Vrijwel alle gemeenten binnen Delfland zijn in 2007 gestart met het meten in rioolstelsels. Na een meetperiode van drie jaar kunnen de resultaten worden geanaliseerd. Eventuele fouten in het rioolsysteem kunnen echter al eerder worden geconstateerd.
Informatie over monitoring van riooloverstorten:
