De duinen bieden niet alleen bescherming tegen overstromingen. Het duinlandschap is ook van onschatbare waarde voor de variatie van natuur en landschap. In duinlandschappen spelen natuurlijke processen zoals het verplaatsen van zand door de wind en verzilting een grote rol waardoor het landschap altijd in ontwikkeling is. Door deze processen en veranderingen ontstaan er diverse leefmilieus voor uiteenlopende plant- en diersoorten.
Duinen die minder blootstaan aan dynamiek groeien langzaam dicht met beplanting waardoor de natuurlijke processen zoals verstuiving niet meer plaats kunnen vinden. Dit gaat ten koste van de natuurlijke variatie aan planten en dieren. Om dit te voorkomen is beheer van het landschap nodig.
Beschermde natuur in de duinenDe Natuurbeschermingswet 1998 regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland en bepaalt wat er wel en niet mag. Daarnaast regelt deze wet het aanwijzen van natuurgebieden die van nationaal of internationaal belang zijn: Beschermde Natuurmonumenten en Natura 2000-gebieden.
De duinen Solleveld (tussen Den Haag en Ter Heijde) & Kapittelduinen (ten noorden van de Maas) zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Als beheerder van het duingebied zorgt Delfland hier voor het herstellen en uitbreiden van de natuur. De komende jaren moet Delfland meer dan 25 hectare grijze duinen verbeteren of uitbreiden. Grijze duinen zijn kustduinen, begroeid met droge graslanden. Ze liggen meer landinwaarts dan de met helmgras begroeide witte duinen.
De Banken is een open duinlandschap van 90 hectare tussen Monster en 's-Gravenzande waar veel bijzondere planten en dieren te vinden zijn. Zo groeit in de duinen de blauwe zeedistel, kruipt tussen de helm de zandhagedis en broedt langs het water de blauwborst. Dergelijke gebieden kunnen van nature dichtgroeien, dit gaat ten koste van de bijzondere plant- en diersoorten. Regelmatig beheer is nodig voor de instandhouding van minder algemene plant- en diersoorten.
Natuurherstelmaatregelen in de BankenIn 2007 is Delfland begonnen met het herstellen van de afrastering rondom het gebied en het verwijderen van het teveel aan begroeiing tegen het duin. Een groot deel van de bovenste grondlaag is verwijderd (afgeplagd) en de sliblaag is uit het duinmeer weggehaald. Hierdoor hebben eeuwenoude zaden die zich onder de toplaag bevonden, de kans gekregen zich weer te ontwikkelen. Om verruiging (verwildering) tegen te gaan wordt het gebied begraasd door Gallowayrunderen. In de zeereep van het zuidelijke stuk is een deel van het Duindoornstruweel gerooid.
De Van Dixhoorndriehoek in Hoek van Holland is aangelegd in het kader van kustbescherming, als onderdeel van de Kapittelduinen. Door opspuiting met zand is tussen de nieuwe duinenrij en de oorspronkelijke zeereep een duinvallei ontstaan. Gedurende de jaren is het gebied zich verder gaan ontwikkelen tot een karakteristiek duingebied met de daarbij behorende processen. Dit heeft geleid tot de vestiging van diverse bijzondere flora en fauna, zoals de rugstreeppad, de zandhagedis en diverse soorten orchideeën.
Geleidelijk zijn de duinen grotendeels dichtgegroeid waardoor waardevolle open duinvalleien en duingraslanden langzaam verdwijnen. Het gebied bestaat nu vooral uit aangesloten oppervlakken duindoornstruweel. Door de verruiging van het landschap kan natuurlijke dynamiek in mindere mate plaatsvinden en komt het leefgebied van bijzondere plant- en diersoorten steeds meer onder druk te staan.
Vanuit de doelstellingen vanuit Natura 2000 is het noodzakelijk om iets aan de achteruitgang te doen. Daarom is gestart met uitvoering van het 'herstelplan Van Dixhoorndriehoek'. Op een aantal plekken is een groot deel van de duindoornstruwelen gerooid en wordt de voedselrijke bovenlaag afgegraven en afgevoerd waardoor de oorspronkelijke zandbank weer aan de oppervlakte komt.
Maatregen voor het herstel van de natuur lijken ingrijpend. Op het eerste gezicht blijft alleen een kale vlakte achter. De vestiging van allerlei typische duinvegetaties laat in het algemeen niet lang op zich wachten, het jaar erop zijn de vlakten alweer begroeid. Het open maken van dichtgegroeide gebieden en afplaggen van voedselrijke delen leidt tot kansen voor bijzondere plantensoorten waaronder orchideeën, parnassia en slanke gentiaan. Ook een diersoort als de zandhagedis heeft baat bij een toename van open ruimten, waardoor hij zich in de zon op kan warmen. Uiteindelijk ontstaat een meer afwisselend landschap met overgangen van natte en droge duinvalleien naar duingraslanden en uiteindelijk de zeereep. Hierbij kunnen zowel natuurwaarden als recreatie hand in hand gaan.
