
Ieder jaar 'produceren' we in Delfland tientallen miljoenen m3 afvalwater. Dat afvalwater wordt niet - zoals vroeger - direct op de dichtstbijzijnde sloot, gracht of plas geloosd. Het komt via de gemeentelijke rioolstelsels bij rioolgemalen terecht. Die pompen het via grote persleidingen naar onze zuiveringen. Die maken het schoon en lozen het gezuiverde afvalwater in zee of op de grote rivieren.
Afvalwater bestaat uit het spoelwater van de wc en uit het water dat via de gootsteen, de wasbak, het doucheputje en de wasmachineafvoer in het riool verdwijnt. Dit water bevat urine, uitwerpselen en zeepresten. Maar ook ongewenste zaken als maandverband en frituurvet. Daarnaast komt er veel regenwater in het riool terecht, via regenpijpen en straatputten. Met dit regenwater spoelen zand en straatafval mee, maar ook deeltjes van zware metalen. Het gaat vooral om zinkdeeltjes van dakgoten, vangrails en straatmeubilair.
Op de zuiveringen doorloopt het afvalwater een bepaalde route. Tijdens deze route wordt op diverse manieren vuil uit het afvalwater gehaald. Grof vuil harken we eruit. Fijner vuil laten we bezinken. Nog fijner vuil verwijderen we met
bacteriën en chemicaliën. Dit gebeurt op onze zuiveringen in een aantal stappen: grofvuilverwijdering, voorbezinking, biologische reiniging en nabezinking. Volg het afvalwater van stap tot stap.
1. Grofvuilverwijdering & voorbezinking
Na aankomst op de zuiveringen, harken we met roosters eerst het grove vuil uit het afvalwater. Dit vuil wordt het roostergoed genoemd. Daarna volgt de voorbezinking. Hierbij stroomt het water langzaam door grote bakken of tanks. Alle zwaardere, niet-oplosbare deeltjes zakken naar de bodem. Daar vormt zich een laag slib. Dit wordt eerst vergist, dan ontwaterd en daarna naar een verbrandingsinstallatie gebracht. Bij het vergisten ontstaat biogas, dat de zuiveringen gebruiken om elektrische energie op te wekken (zie ook hoofdstuk 6 van het milieujaarverslag). Het in het afvalwater aanwezige zand wordt apart verwijderd en verbrand. De op het water drijvende oliën en vetten (het drijflaagvuil) scheppen we van het wateroppervlak. Ook deze worden verbrand.
2. Biologische reiniging
Hierna volgt de biologische reiniging in de beluchtingstanks. In deze tanks zit actief slib. Actief slib bevat bacteriën die de zuurstofbindende stoffen in het afvalwater omzetten in onschadelijk koolzuur, water en nieuwe bacteriën. Voor deze omzetting is veel zuurstof nodig. Dit wordt kunstmatig toegevoegd. Vandaar de naam beluchtingstanks.
Zuurstofbindende stoffen in afvalwater zijn vooral afkomstig uit onze ontlasting. Het zijn stoffen die in sloten, meren en plassen op een natuurlijke manier worden afgebroken. Maar daarbij verbruiken ('binden') ze veel zuurstof uit het water. Hierdoor kan het waterleven verstikken. Daarom breken we deze stoffen al zo veel mogelijk af tijdens het zuiveren.
3. Nabezinking
Na de biologische reiniging komt het water tot rust in de nabezinktanks. Hier zakt het actief slib naar de bodem. Dat wordt teruggevoerd naar de beluchtingstanks, waar het opnieuw zijn schoonmaakwerk doet. Het teveel aan actief slib wordt net als het slib van de voorbezinking vergist, ontwaterd en ten slotte naar een slibverbrandingsinstallatie gebracht.
Het is erg belangrijk dat het afvalwater lang genoeg in de nabezinktanks blijft. Hierdoor krijgen slib en andere onopgeloste deeltjes de gelegenheid naar de bodem te zakken. Er mogen in het gezuiverde afvalwater namelijk niet te veel van deze onopgeloste bestanddelen aanwezig zijn.
Het gezuiverde afvalwater lozen de zuiveringen op de Noordzee (Houtrust), het Scheur (De Groote Lucht) en de Nieuwe Waterweg (Nieuwe Waterweg). Het Scheur is het water tussen de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas.
Stikstof en fosfaat zijn de werkzame stoffen in dierlijke mest en kunstmest. Ze zitten ook in onze ontlasting. Veel gewassen hebben deze stoffen nodig om te groeien. Maar overdaad schaadt. Als er te veel van deze stoffen in het water terechtkomen, leidt dit tot overmatige algengroei en zuurstofloosheid. Dat kan leiden tot vissterfte. Vandaar dat we ook deze stoffen uit het afvalwater verwijderen.
Het verwijderen van fosfaat gebeurt bij Delfland vooral met chemicaliën. De zuiveringen voegen ijzerchloridesulfaat toe aan het afvalwater. Het ijzer uit het ijzerchloridesulfaat reageert met de fosfaten tot onoplosbare deeltjes. Deze deeltjes bezinken en worden met het slib uit het afvalwater verwijderd. Zuivering Nieuwe Waterweg kan sinds enkele jaren fosfaat op biologische wijze (met bacteriën) verwijderen.
Het verwijderen van stikstof gebeurt op zuivering Houtrust (in beperkte mate) tijdens het gewone zuiveringsproces. De Groote Lucht beschikt over een aparte stikstofverwijderingsinstallatie. Die zet stikstof met behulp van bacteriën en methanol om in onschadelijk stikstofgas. Nieuwe Waterweg kan vanaf 2001 op biologische manier stikstof verwijderen. Dit gebeurt tijdens het normale zuiveringsproces.
Het afvalwater dat we hebben gezuiverd, moet aan strenge eisen voldoen. Er gelden eisen voor de maximale concentraties zuurstofbindende stoffen, fosfaat, stikstof en onopgeloste deeltjes die mogen voorkomen in één liter gezuiverd afvalwater.
De eis voor de hoeveelheid zuurstofbindende stoffen wordt indirect uitgedrukt in het Chemisch Zuurstofverbruik (CZV) en het Biologisch Zuurstofverbruik (BZV). CZV en BZV geven het maximale zuurstofverbruik per liter gezuiverd afvalwater aan om de erin voorkomende zuurstofbindende stoffen af te breken.
De lozingseisen voor de drie zuiveringen staan vermeld in de tabellen 2, 3 en 4 in het milieujaarverslag.
