Een Oudhollands gezegde vormt de basis van de verkiezingen: voor wat hoort wat. Wie belang heeft bij het werk van Delfland betaalt belasting, maar mag ook meebeslissen over de besteding van dat geld. We noemen dat het belang-betaling-zeggenschap-principe.
De leden van het algemeen bestuur vertegenwoordigen groepen mensen die belang hebben bij het werk dat Delfland doet. Die zijn onder te verdelen in vier groepen. Ten eerste zijn dat alle mensen die in het gebied van Delfland wonen (de categorie ingezetenen), ten tweede agrarische en industriële bedrijven die afvalwater lozen (de categorie bedrijven), ten derde eigenaren van ongebouwde grond (de categorie ongebouwd). En ten slotte de eigenaren van natuurterreinen (de categorie natuurterreinen).
De indeling is bedoeld om te voorkomen dat één categorie belanghebbenden het bestuur domineert. Voor de samenstelling van het algemeen bestuur gelden de volgende verhoudingen: 21 ingezetenen, vier bedrijven, vier ongebouwd en één natuurterreinen. In totaal 30 zetels.
In grote lijnen functioneert een waterschap net als een gemeente. Er is een algemeen bestuur (vergelijkbaar met een gemeenteraad) en een dagelijks bestuur (vergelijkbaar met een college van burgemeester en wethouders). De burgemeester is in dit geval de dijkgraaf, de voorzitter van zowel het algemeen, als het dagelijks bestuur. Een dijkgraaf wordt (op aanbeveling van het algemeen bestuur) door de Kroon benoemd voor een periode van zes jaar. De leden van het algemeen bestuur, de verenigde vergadering, worden om de vier jaar gekozen door alle stemgerechtigden in Delfland. De leden van het algemeen bestuur kiezen vervolgens uit eigen kring het dagelijks bestuur, het college van dijkgraaf en hoogheemraden.
Het algemeen bestuur beslist over de manier waarop we in Delfland met water omgaan. Voorbeelden van onderwerpen waar de leden mee te maken kunnen krijgen, zijn wateroverlast en droogte, het bewerkstelligen van een goede waterkwaliteit en het onderhouden van dijken.
