Deze winter baggert het Hoogheemraadschap van Delfland vaarten en sloten op verschillende plekken verspreid over het gebied. Bij het baggeren wordt de sliblaag die op de bodem ligt uit het water verwijderd. Daardoor ontstaat meer ruimte om zware regenbuien af te voeren. Op deze manier werkt Delfland aan het voorkomen van wateroverlast.
Delfland bestaat uit een netwerk van kanalen, vaarten, grachten en poldersloten. Het water dat hier doorheen stroomt, voert afgevallen bladeren, plantenresten, stof uit de lucht en zwerfvuil met zich mee. In de loop van de tijd zakken deze deeltjes naar de bodem. Zo ontstaat er op de bodem van het water een laag slib. Die sliblaag noemen we bagger. Als deze laag te hoog wordt, gaat het afvoeren van water naar de gemalen bij regen niet snel genoeg. Daarom is het van belang dat de bagger regelmatig wordt verwijderd.
Het gebied van Delfland is opgedeeld in 250 zogenaamde baggervakken. Elk jaar baggert Delfland ongeveer dertig van deze vakken verspreid over het gebied. Op deze manier is in acht jaar tijd het gehele gebied de bagger verwijderd. Het voordeel van deze manier van werken is dat de hoeveelheid water die via de vaarten en sloten afgevoerd kan worden gelijk blijft.
