Dinsdag 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet vervangt negen bestaande wetten over waterbeheer, die de basis vormden voor het werk van waterschappen, gemeenten en provincies. Dijkgraaf Michiel van Haersma Buma: "Voor iedereen wordt het met de nieuwe Waterwet overzichtelijker!"
Tot nu toe moest Delfland werken met zes verschillende vergunningstelsels. Wie een steiger of vlonder wilde bouwen bij de sloot in de achtertuin, had een keurvergunning nodig. En een tuinder die afvalwater wilde lozen moest een andere vergunning aanvragen dan zijn buurman die een loopbrug wilde bouwen. "Met de nieuwe Waterwet is er slechts één overkoepelende watervergunning nodig!", stelt de dijkgraaf. "Vergelijk het met een rijbewijs. Er is ook maar één rijbewijs, waarop staat voor welke motorvoertuigen deze geldt." Voor sommige zaken is volgens de nieuwe Waterwet helemaal geen vergunningsplicht meer en is alleen melden voldoende. Bovendien wordt het gemakkelijker een watervergunning aan te vragen. In plaats van bij Delfland, de gemeente of de provincie, kan iedereen in de toekomst terecht bij één digitaal overheidsloket.
De Waterwet is niet alleen 'goed nieuws' voor de inwoners. "Voorheen was het voor de verschillende partijen misschien niet altijd even duidelijk welke taken en bevoegdheden bij wie hoorden: bij waterschappen, gemeenten, provincies of het Rijk? Zoals bij het grondwaterbeheer. In de nieuwe Waterwet is dit allemaal duidelijk vastgelegd", aldus Van Haersma Buma. Zo voldoet de Nederlandse wetgeving met de nieuwe Waterwet nu aan Europese regels op dit gebied.
Ook voor Delfland zelf heeft de nieuwe Waterwet gevolgen. Bij het plannen maken en verlenen van vergunningen houdt Delfland voortaan niet alleen rekening met water, maar ook met andere functies. Van Haersma Buma: "Bij de aanleg van een waterberging moeten we nu nog meer dan voorheen onderzoeken wat de gevolgen zijn voor landbouw, woningbouw en recreatie. De Waterwet zorgt dus voor een betere en tijdige samenwerking tussen waterschappen, gemeenten, provincie en het Rijk. Dat kan het eindresultaat alleen maar ten goede komen."
